Het beloningscriterium houdt in dat de leden van het beleidsbepalend orgaan voor de werkzaamheden die ze als zodanig voor de instelling verrichten, geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet-bovenmatig vacatiegeld (beloningscriterium). Onder een beleidsbepalend orgaan wordt in dit verband verstaan een natuurlijk persoon of een groep natuurlijke personen die, of een orgaan van de instelling dat, eindverantwoordelijk is voor het beleid, zonder feitelijk ondergeschikt te zijn aan een andere persoon of orgaan van die instelling. Hierna volgen enkele uitgangspunten voor de beantwoording van de vraag of een vacatiegeld al dan niet bovenmatig is.
Vacatiegeld is in ieder geval niet bovenmatig als dit niet hoger is dan de vergoeding die is opgenomen in het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies12Besluit van 21 januari 2009 houdende vaststelling van regels met betrekking tot de hoogte van de vergoeding voor adviescolleges en commissies (Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies).. Een hoger vacatiegeld is in uitzonderingsgevallen mogelijk en is dus niet per definitie bovenmatig. Bij de beantwoording van de vraag of een hoger vacatiegeld mogelijk is, spelen onder andere een rol de aard en omvang van de instelling en de maatschappelijke positie van het lid van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt.
Een (vaste) vergoeding die niet afhankelijk is van het bijwonen van vergaderingen en de daarbij behorende voorbereiding, kan in beginsel niet als vacatiegeld worden aangemerkt. Desondanks wordt aangenomen dat aan het beloningscriterium is voldaan als zo’n vaste vergoeding is gebaseerd op een veronderstelde vacatie en niet bovenmatig is. Van een veronderstelde vacatie is sprake als de vergoeding geacht kan worden te staan tegenover de uren die besteed moeten worden aan het voorbereiden en bijwonen van vergaderingen en bijeenkomsten.
Een voorbeeld van een vaste vergoeding die is gebaseerd op een veronderstelde vacatie die niet bovenmatig is, zijn de krachtens de WNT vastgestelde bezoldigingsmaxima zoals die gelden voor de voorzitter en leden van de Raad van Toezicht van organisaties die onder het bereik van de WNT vallen.
De WNT ziet uitsluitend op de (semi)publieke sector en de vastgestelde maxima verschillen per sector en per type organisatie. De krachtens de WNT vastgestelde bezoldigingsmaxima kunnen daarom niet voor alle instellingen als uitgangspunt worden genomen.
Artikel 7
Beloning leden beleidsbepalend orgaan (beloningscriterium)
Onderdeel van Besluit ANBI· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 4 juli 2025