Het BFT beschikt over breed palet aan toezicht- en handhavingsinstrumenten. Op het moment dat er sprake is van een normschending cq. overtreding kan het BFT handhavingsinstrumenten inzetten. Dit zijn instrumenten waarmee de onder toezicht gestelde kan worden bewogen of gedwongen de regels na te leven. Deze handhavingsinstrumenten kunnen informeel of formeel van aard zijn.
De informele handhavingsinstrumenten waarover het BFT beschikt zijn bijvoorbeeld een handhavingsgesprek, een handhavingsbrief of een schriftelijke waarschuwing.
De formele handhavingsinstrumenten waarover het BFT beschikt vallen uiteen in twee categorieën, te weten de bestuursrechtelijke en tuchtrechtelijke handhavingsinstrumenten. De bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten zijn het opleggen van een bestuurlijke boete, het geven van een aanwijzing, het ontzeggen van de bevoegdheid om beleidsbepalende functies uit te oefenen of het opleggen van een last onder dwangsom.
De tuchtrechtelijke handhavingsinstrumenten zijn het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening, een verzoek tot schorsing van een notaris of gerechtsdeurwaarder en het indienen van een tuchtklacht tegen een notaris, een gerechtsdeurwaarder of een accountant.
De opsomming van vorenstaande handhavingsinstrumenten is niet uitputtend bedoeld.
Naast of in plaats van de inzet van bovengenoemde handhavingsinstrumenten kan het BFT bij het vermoeden van een strafbaar feit aangifte doen bij het Openbaar Ministerie.
Artikel 3
Handhavingsinstrumenten
Onderdeel van Handhavingsbeleid van het BFT· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 18 juli 2025