De exploitatie van een windturbine wordt in het algemeen aangemerkt als het drijven van een onderneming.5HR 23 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ7956. In veel gevallen wordt de windturbine geplaatst op ondergrond, die deel uitmaakt van een al bestaande onderneming. Die ondergrond wordt daarvoor onttrokken aan die onderneming. Niet uitgesloten is dat er in die gevallen sprake is van twee afzonderlijke ondernemingen van dezelfde belastingplichtige. Als dat het geval is, is er sprake van een sfeerovergang van de ene naar de andere onderneming, die tot afrekening leidt. Deze afrekening vormt een belemmering van de maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van duurzame energievoorziening. Een vergelijkbare belemmering kan zich voordoen bij plaatsing van zonnepanelen op ondergrond, die deel uitmaakt van een al bestaande onderneming.
Uit de jurisprudentie gewezen bij windturbines volgt weliswaar dat de exploitatie daarvan een onderneming vormt, maar daarmee staat niet onomstotelijk vast dat – als daarnaast nog een onderneming wordt gedreven – er sprake is van twee ondernemingen. Dat zal afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden.
Of bij zonnepanelen sprake is van een (tweede) onderneming is eveneens afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Gelet op de jurisprudentie is hierbij onder andere van belang de omvang van de investering, de omvang van de energieopwekking en het aanwezig zijn van ondernemersrisico’s. Het kabinetsbeleid is er op gericht het gebruik van duurzame energie te stimuleren. Een afrekenmoment constateren zal daaraan niet bijdragen. Gelet op deze omstandigheden ben ik bereid ‘voor zover nodig’ goed te keuren dat de ondergrond niet als onttrokken aan een onderneming kan worden aangemerkt.
Voor zover nodig keur ik goed dat in die gevallen waarin ondergrond wordt onttrokken aan een onderneming en wordt aangewend voor de exploitatie van een windturbine of zonnepanelen in een andere onderneming van dezelfde belastingplichtige en hierdoor sfeerovergang plaatsvindt, de grond als niet onttrokken wordt aangemerkt. Dit betekent dat de grond tot de oorspronkelijke onderneming blijft behoren, maar dat de landbouwvrijstelling daarop geen toepassing meer vindt. Het constateren van een afrekenmoment wordt in deze gevallen voorkomen.
Artikel 8
Ondergrond windturbine en ondergrond zonnepanelen
Onderdeel van Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, winst; landbouwproblematiek· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 15 november 2025