Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Uitgangspunten van het redelijk rendement op basis van de WACC

Onderdeel van Besluit vaststelling redelijk rendement warmteleveranciers 2026–2028· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 17 november 2025

De ACM bepaalt de kosten voor het vermogen van warmteleveranciers door te kijken naar het rendement dat verschaffers van vermogen eisen voor het ter beschikking stellen van vermogen. Dit rendement wordt uitgedrukt in een percentage, de vermogenskostenvoet. De vermogenskosten zijn het product van de vermogenskostenvoet en het benodigd vermogen. Om de vermogenskostenvoet te kunnen bepalen, kijkt de ACM naar de kosten van vreemd vermogen (financiers) en de kosten van eigen vermogen (aandeelhouders). Deze kosten worden uitgedrukt in een percentage: de kostenvoet voor het vreemd vermogen en de kostenvoet voor het eigen vermogen. De kostenvoet eigen vermogen bepaalt de ACM op basis van de rendementseis op een risicovrije belegging en een opslag voor het systematische risico dat aandeelhouders van warmteleveranciers lopen. De rendementseis op een risicovrije belegging bepaalt de ACM op basis van de risicovrije rente. De opslag voor systematisch risico wordt bepaald door het product van de marktrisicopremie en de equity bèta. De kostenvoet vreemd vermogen bepaalt de ACM naar aanleiding van de tussenuitspraak van het CBb van 26 april 20226ECLI:NL:CBB:2022:184. op basis van de daadwerkelijke kosten vreemd vermogen van warmteleveranciers.7Hoewel deze uitspraak is gedaan in een zaak die betrekking had op de maximumtarieven die de ACM vaststelt, specifiek voor afleversets, acht de ACM deze uitspraak ook van belang bij het bepalen van het redelijk rendement ten behoeve van de rendementstoets. De ACM moet namelijk voor zowel het tarievenbesluit warmte (zie Staatsblad 2019, 133, p. 28) als voor de rendementstoets (artikel 7, lid 2 Warmtewet) een redelijk rendement bepalen dat in het economisch verkeer gebruikelijk is. Naar aanleiding van de einduitspraak van het CBb van 11 juli 20238ECLI:NL:CBB:2023:348. gebruikt de ACM de daadwerkelijke kosten vreemd vermogen uit jaar T voor de berekening van de WACC voor jaar T, indien het betreffende WACC-jaar al is afgerond. In het gewijzigd besluit redelijk rendement van 15 mei 2025, geeft de ACM een uiteenzetting van haar aanvullend onderzoek naar de kosten vreemd vermogen9Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers. Dit onderzoek is gedaan als gevolg van de beroepsprocedure bij het CBb tegen het besluit WACC warmteleveranciers van 22 augustus 2023.10ACM/UIT/600827. Het beroep is aangetekend door Vereniging Energie-Nederland op 2 oktober 2023. Op het moment van publicatie van dit besluit loopt deze procedure nog. Bij de bepaling van de vermogenskostenvoet is van belang in welke verhouding een onderneming gefinancierd wordt met vreemd vermogen en met eigen vermogen. De vermogenskostenvoet is daarom een gewogen gemiddelde van de kostenvoet vreemd vermogen en de kostenvoet eigen vermogen, waarbij gewogen wordt met de gearing. Deze gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet wordt de weighted average cost of capital genoemd, afgekort tot WACC. De ACM houdt bij de berekening van de WACC rekening met een vergoeding voor de te betalen vennootschapsbelasting. De ACM stelt daarom een WACC vóór belasting vast. De nominale WACC vóór belasting wordt aan de hand van de volgende formule berekend: g = gearing, KVV = kostenvoet vreemd vermogen, KEV = kostenvoet eigen vermogen en T = belastingvoet. De ACM heeft de WACC bepaald op basis van gegevens van warmteleveranciers en informatie uit de financiële markten. Daarnaast is Brattle om advies gevraagd.11Brattle, The Beta and ERP for the Heating Companies in the Netherlands, 8 mei 2025. Brattle maakt eveneens gebruik van gegevens uit de financiële markten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel