Het toezicht door Skal strekt zich uit tot aangemelde en niet-aangemelde exploitanten en wordt uitgevoerd door toezichthouders, in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aangewezen op grond van artikel 15 van de Landbouwkwaliteitswet en artikel 26 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007, artikel 8.1 van de Wet dieren, artikel 2.10 van het Besluit Dierlijke Producten en artikel 2.5 van het Besluit Diervoeders.
Voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten om de naleving van de eisen van verordening (EU) 2018/848 na te gaan, ter waarborging van de biologische status in alle stadia van de productie, bereiding en distributie, zijn er in de verordeningen controleregels opgesteld.
Voor de invulling van de controles vereist Verordening (EU) 2018/848, artikel 38 dat een risicoanalyse/ risicoclassificatie wordt gemaakt van de gecertificeerde exploitanten. Op basis van deze risicoclassificatie worden de exploitanten ingedeeld. Op basis van de indeling wordt een exploitant meer, minder vaak geïnspecteerd.
Op basis van de minimale verplichte punten uit de verordening en aanvullende punten wordt er jaarlijks door Skal op basis van een risicomodel een risicoclassificatie gemaakt. De uitgangspunten van het risicomodel zijn te vinden op de website van Skal. De uitkomst van de berekening door het risicomodel geeft een rangschikking van de gecertificeerde exploitanten. Exploitanten die rechtstreeks aan consumenten verkopen vallen in de categorie “Verkoop aan consumenten”.
Verordening (EU) 2018/848 artikel 38 beschrijft dat de verschillende risicoclassificaties een verschillende hoeveelheid inspecties per periode kunnen krijgen. Lid 3 beschrijft dat alle exploitanten minimaal éénmaal per jaar geïnspecteerd moeten worden. Wanneer aan specifiek beschreven voorwaarden is voldaan mag volgens lid 3 een exploitant éénmaal per 24 maanden geïnspecteerd worden. Skal zal dat aangeven als laag risico. Lid 4 geeft aan dat hoog risico exploitanten extra controles moeten krijgen. Skal hanteert als hoog risico de bovenste 10% van de ranking uit het risicomodel. Deze exploitanten zullen in het toezichtarrangement ‘Hoog risico’ ingedeeld worden en jaarlijks een tweede inspectie krijgen. De overige exploitanten die niet in het risico laag of hoog vallen worden ingedeeld in de categorie normaal risico.
Om het risico gebaseerde toezicht in te richten is een model gemaakt waarin de exploitanten worden ingedeeld. Dit model bestaat uit vijf categorieën. De categorieën die gelden zijn:
De categorie hoog risico. Deze categorie bevat exploitanten die volgens het risicomodel in de top 10% vallen.
De categorie normaal risico. Deze categorie bevat exploitanten die niet in de top 10% van het risicomodel vallen en ook niet voldoen aan de vereisten om als laag risico geclassificeerd te worden.
De categorie laag risico. Deze categorie wordt ingedeeld op basis van de vereisten uit de verordening. Deze categorie hoeft niet jaarlijks maar kan eens per 24 maanden geïnspecteerd worden.
De categorie Verkoop aan consumenten. Deze categorie is ingesteld om de keten van biologische producten tot in de winkel te waarborgen.
De categorie niet aangemeld of gecertificeerd. Deze categorie betreft het toezicht dat Skal houdt op de gehele markt in Nederland op het gebruik van biologische aanduidingen.
**1.** Skal voert regelmatig inspecties uit om de naleving door de exploitanten te controleren. Deze inspecties vinden in principe éénmaal per kalenderjaar op willekeurige tijdstippen plaats op het bedrijf van de exploitant.
**2.** Skal kent de volgende inspecties nadat het toelatingsonderzoek leidt tot registratie en verstrekking van het bio-certificaat:
Periodieke inspectie: Vooraf aangekondigde fysieke inspectie waarbij alle relevante normelementen en procedures worden beoordeeld.
Digitale inspectie: Vooraf aangekondigde digitale/online inspectie waarbij alle relevante normelementen worden beoordeeld.
Inspectie hoog risico: Een uitgebreide inspectie op één of meerdere specifieke risicovolle onderdelen binnen de biologische bedrijfsvoering. Deze inspectie wordt bij alle exploitanten uitgevoerd die op basis van het risicomodel in toezichtsarrangement hoog risico vallen. Dit kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden.
Extra Inspectie (op verzoek van exploitant): Inspectie op één of meerdere specifieke onderdelen binnen de biologische bedrijfsvoering.
Gerichte inspectie: Inspectie op één of meerdere specifieke onderdelen binnen de biologische bedrijfsvoering. Dit kan zowel onaangekondigd als aangekondigd plaatsvinden.
Herinspectie: Verificatie van openstaande NC’s op locatie van de exploitant.
Kantoorinspectie: Verificatie van openstaande NC’s op kantoor van Skal.
Monstername: Het verzamelen van fysieke monsters ten behoeve van laboratoriumanalyse. Dit kan zowel onaangekondigd als aangekondigd plaatsvinden.
**3.** De inspectiecyclus is:
Toelatingsonderzoek (0-meting)
Periodieke inspectie (jaarlijks)
Bij exploitanten die in de laag risico categorie vallen zal er minimaal eens in de 24 maanden een periodieke inspectie plaatsvinden.
**4.** De exploitant verleent de noodzakelijke medewerking aan de inspecties door:
de aangekondigde inspectie voor te bereiden zoals gevraagd bij bevestiging van de inspectie;
inspecteurs toe te laten tot alle bedrijfsonderdelen;
inzage te verschaffen in de volledige administratie;
inzage te verschaffen in het volledige klachtenregister;
gevraagde informatie toe te zenden;
kosteloos de benodigde monsters ter beschikking te stellen.
**5.** Wanneer de exploitant niet de producent is van de geregistreerde producten, toont de exploitant aan dat de verplichte overeenkomst met de producent (zie artikel 6 lid 2 van dit reglement) wordt nagekomen.
**6.** Skal is bevoegd op andere wijze, bijvoorbeeld in voertuigen en andere plaatsen waar geregistreerde producten aanwezig (kunnen) zijn na te gaan of de exploitant aan zijn verplichtingen voldoet.
**7.** Skal verstrekt aan de exploitant een rapport over de uitgevoerde inspectie. Dit inspectierapport wordt mede ondertekend voor gezien door de exploitant zoals wordt verplicht door verordening (EU) 2018/848 artikel 38 lid 6.
**1.** Skal ziet er op toe dat geen oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van biocertificaten en biologische aanduidingen door exploitant of door derden. Als oneigenlijk gebruik wordt in ieder geval beschouwd:
het wekken van de indruk dat producten of activiteiten, waarvoor een aanvraag is ingediend, en nog geen bio-certificaat is verstrekt, reeds geregistreerde producten en/of gecertificeerde processen zijn;
het wekken van de indruk dat een bio-certificaat betrekking heeft op andere producten of activiteiten dan waarvoor het bio-certificaat is afgegeven;
het wekken van de indruk dat een bio-certificaat (nog) geldig is tijdens een periode van opschorting van het bio-certificaat, na intrekking van het bio-certificaat, na beëindiging van de aanmelding bij Skal en/of na beëindiging van de in artikel 5 van dit reglement bedoelde overeenkomst tussen Skal en de exploitant;
het gebruik van onjuiste aanduidingen;
elke vorm van gebruik dan wel wekken van indruk waarbij de consument in verwarring wordt gebracht of kan worden misleid.
**2.** Acties ter bescherming van aanduidingen tegen oneigenlijk gebruik door exploitanten komen aan Skal toe.
**3.** Skal kan, al dan niet tezamen met exploitanten van geregistreerde productenof activiteiten, een vordering instellen tegen exploitanten die oneigenlijk gebruik maken van certificaten en aanduidingen.
Artikel 3
Toezicht
Onderdeel van Skal-Reglement Certificatie en Toezicht· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026