Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.2 › § 2.2.1

Artikel 2.2

aanvraag

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Een aanvraag om aangewezen te worden op grond van artikel 2.5, eerste lid, kan uitsluitend worden ingediend door: een warmtebedrijf waarvan meer dan 50% van de aandelen direct of indirect berusten bij de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam; een warmtebedrijf dat een warmte joint-venture is van een warmtenetbedrijf en een warmteleveringsbedrijf waarbij: meer dan 50% van de aandelen van het warmtenetbedrijf direct of indirect berusten bij de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam, en het warmtenetbedrijf meer dan 50% van de aandelen of doorslaggevende zeggenschap in de warmte joint-venture heeft; een warmtegemeenschap. Onder een warmtegemeenschap wordt tevens verstaan een warmtebedrijf waarvan de aandelen berusten bij één of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door een warmtegemeenschap of bij een rechtspersoon waarvan alle aandelen direct of indirect gehouden worden door één of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door een warmtegemeenschap, waarbij geldt dat het derde lid van overeenkomstige toepassing is. 2. Een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap kan uitsluitend aangewezen worden op grond van artikel 2.5, eerste lid, indien het warmtebedrijf of de warmtegemeenschap binnen de termijn, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, het voornemen kenbaar heeft gemaakt een aanvraag om aangewezen te worden in te dienen. 3. Onder indirect berusten wordt verstaan dat meer dan 50% van de aandelen in een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtenetbedrijf berusten bij één of meer rechtspersonen waarvan meer dan 50% van de aandelen van elke rechtspersoon worden gehouden door de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam. De aandelen, bedoeld in de eerste volzin, kunnen worden gehouden door één of meerdere tussengelegen rechtspersonen, mits in elke schakel in de keten telkens meer dan 50% van de aandelen berusten bij één of meer rechtspersonen waarvan meer dan 50% van de aandelen worden gehouden door de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam. Artikel 2.3, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel