**1.** Een aangewezen warmtebedrijf zendt elk jaar binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn per warmtekavel aan de Autoriteit Consument en Markt informatie over:
de organisatorische en technische bekwaamheid van het aangewezen warmtebedrijf;
de financiële situatie van het warmtebedrijf en in voorkomend geval van de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe het warmtebedrijf behoort.
**2.** Een aangewezen warmtebedrijf meldt de Autoriteit Consument en Markt onmiddellijk als redelijkerwijs te voorzien is dat de financiële situatie van het warmtebedrijf of in voorkomend geval de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe het warmtebedrijf behoort significant verslechtert.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt kan:
het aangewezen warmtebedrijf opdragen de organisatorische en technische bekwaamheid te verbeteren;
het aangewezen warmtebedrijf en een rechtspersoon of vennootschap die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe het warmtebedrijf behoort opdragen een plan op te stellen of maatregelen te treffen de financiële situatie te verbeteren.
**4.** Het aangewezen warmtebedrijf, de rechtspersoon of vennootschap volgen de opdracht op grond van het derde lid op.
**5.** De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen aan de opdracht verbinden.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
de informatie, bedoeld in het eerste lid;
de wijze waarop het aangewezen warmtebedrijf de informatie meldt op grond van het eerste lid;
de eisen aan de financiële situatie, bedoeld in het derde lid;
de omstandigheden waarin sprake is van een significante verslechtering van de financiële situatie als bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 2 › § 2.5 › § 2.5.1
Artikel 2.15
financiële monitoring
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk