**1.** Het warmtebedrijf waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.1, vierde lid, geldt, of waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is verleend stelt elke drie jaar binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn voor het gebied waarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft een plan op met in ieder geval een beschrijving van:
de wijze waarop gedurende de komende drie jaar de leveringszekerheid wordt verzekerd;
welke risico’s voor de leveringszekerheid gedurende de komende drie jaar zich kunnen voordoen;
de wijze waarop deze risico’s ondervangen zullen worden;
de wijze waarop het warmtebedrijf de bij of krachtens artikel 2.21, eerste lid, bepaalde normen, gelezen in samenhang met artikel 3.8, voornemens is te bereiken.
**2.** Het warmtebedrijf verstrekt het plan op verzoek van:
de Autoriteit Consument en Markt;
het college.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt kan ambtshalve of op advies van het college het warmtebedrijf binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn na het verzoek opdragen het plan te wijzigen.
**4.** De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen aan de opdracht verbinden.
**5.** Het warmtebedrijf volgt de opdracht op en voert de in het plan opgenomen maatregelen uit.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud van het plan.
Hoofdstuk 3 › § 3.5
Artikel 3.10
plan leveringszekerheid en duurzaamheid
Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk