Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.5

Artikel 3.9

financiële monitoring

Onderdeel van Wet collectieve warmte· Ondernemingspraktijk

1. Een warmtebedrijf waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.1, vierde lid, geldt of waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is verleend stelt elke drie jaar binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een plan op met een beschrijving van: de organisatorische en technische bekwaamheid van het warmtebedrijf; de financiële situatie van het warmtebedrijf en in voorkomend geval van de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe het warmtebedrijf behoort. 2. Het warmtebedrijf verstrekt op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt het plan. 3. Het warmtebedrijf meldt de Autoriteit Consument en Markt onmiddellijk als redelijkerwijs te voorzien is dat de financiële situatie van het warmtebedrijf of in voorkomend geval de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe het warmtebedrijf behoort significant verslechtert. 4. De Autoriteit Consument en Markt kan: het warmtebedrijf opdragen de organisatorische en technische bekwaamheid te verbeteren; het warmtebedrijf en een rechtspersoon of vennootschap die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe het warmtebedrijf behoort opdragen het plan te wijzigen of maatregelen te treffen teneinde de financiële situatie te verbeteren. 5. Het warmtebedrijf, de rechtspersoon of vennootschap volgen de opdracht op grond van het vierde lid op. 6. De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen aan de opdracht verbinden. 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: de informatie, bedoeld in het eerste lid; de wijze waarop het warmtebedrijf de informatie meldt op grond van het eerste lid; de eisen aan de financiële situatie, bedoeld in het derde lid; de omstandigheden waarin sprake is van een significante verslechtering van de financiële situatie als bedoeld in het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel