De artikelen 2.14, 2.19 tot en met 2.21, 2.23 tot en met 2.43, 2.46 tot en met 2.50 zijn van overeenkomstige toepassing indien voor een warmtebedrijf een vrijstelling geldt op grond van artikel 3.1, vierde lid, of aan een warmtebedrijf een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is verleend met dien verstande dat telkens:
voor «artikel 2.9» wordt gelezen «artikel 3.4»;
voor «artikel 2.10» wordt gelezen «artikel 3.5»;
voor «artikel 2.13» wordt gelezen «artikel 3.7».