Naar hoofdinhoud

Artikel 5

De Kennisbenuttingsraad

Onderdeel van Huishoudelijk reglement NRO 2025· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2025

1. Ten behoeve van het opstellen en uitvoeren van het beleid voor bevordering van kennisbenutting en communicatie is een Kennisbenuttingsraad ingesteld. 2. De Stuurgroep mandateert de besluitvorming over het beleid en de activiteiten van het NRO ten aanzien van bevordering van kennisbenutting en communicatie aan de Kennisbenuttingsraad, binnen de daarvoor door de Stuurgroep gestelde kaders en begroting. 3. De centrale taken van de Kennisbenuttingsraad zijn het nemen van besluiten over de koers van NRO voor de: kennisorganisatie: wetenschappelijke kennis toegankelijk en bruikbaar maken; kennisdeling: stimuleren dat kennis over wat wel en niet werkt gedeeld wordt met het onderwijs; kennisbenutting: stimuleren dat kennis uit onderzoek in de klas, de school en het onderwijssysteem gebruikt wordt. 4. De Kennisbenuttingsraad kan beslissingen nemen aangaande (overheids)opdrachten ten behoeve van de in lid 2 aan haar gemandateerde bevoegdheden, met inachtneming van het inkoop- en aanbestedingsbeleid van NWO. 5. De Kennisbenuttingsraad stelt jaarlijks – binnen de door de stuurgroep vastgestelde kaders – een jaarplan op ten aanzien van het kennisbenuttingsbeleid dat hij ter accordering aan de Stuurgroep voorlegt. Hierin legt hij achteraf verantwoording af aan de Stuurgroep over zijn beleid en de bereikte resultaten voor kennisbenutting en communicatie en biedt hij tevens een vooruitblik op die in het komende jaar. 6. De Kennisbenuttingsraad stemt zijn beleid en werkzaamheden rond het bevorderen van het benutten van kennis uit onderzoek af met de Prowo en vice versa. 7. De directeur ondertekent de in het derde en het vierde lid van dit artikel bedoelde besluiten namens de Kennisbenuttingsraad. De directeur kan hiervoor ondermandaat verlenen. Daarbij draagt hij er zorg voor dat het ondermandaat is opgenomen in het register zoals bedoeld in artikel 6.4 van de Bevoegdhedenregeling. 1. De Kennisbenuttingsraad bestaat uit een voorzitter en maximaal tien leden. 2. De Kennisbenuttingsraad heeft een tripartiete samenstelling, waarin onderwijsveld, onderwijsbeleid en wetenschap zijn vertegenwoordigd. 3. Artikel 3.4 van dit huishoudelijk reglement is van overeenkomstige toepassing op de leden van de Kennisbenuttingsraad. 4. De Kennisbenuttingsraad vormt een adequate afspiegeling van het werkterrein. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige man-vrouwverdeling, overeenkomstig het door NWO ter zake gevoerde beleid. 5. De benoemingstermijn voor de leden van de Kennisbenuttingsraad is vier jaar, met de mogelijkheid van een eenmalige herbenoeming voor maximaal vier jaar. 6. De Kennisbenuttingsraad kiest uit haar midden een vicevoorzitter. 1. De Kennisbenuttingsraad vergadert zo dikwijls als hij dit wenselijk acht, doch tenminste viermaal per jaar. De agenda wordt door de voorzitter vastgesteld en bij de uitnodiging verstuurd. 2. De Kennisbenuttingsraad wordt ondersteund door een secretaris, te weten een medewerker van het NRO-bureau aan te wijzen door de directeur. De secretaris is geen lid van de Kennisbenuttingsraad. Alle correspondentie, niet zijnde besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, van de Kennisbenuttingsraad wordt ondertekend door de secretaris. 3. De secretaris draagt zorg voor de voorbereiding van de vergaderingen van de Kennisbenuttingsraad, waaronder begrepen het schriftelijk of per e-mail verzenden van een uitnodiging, een conceptagenda, en de bijbehorende vergaderstukken. Tevens draagt hij zorg voor de uitvoering van de genomen besluiten, alsmede voor de verslaglegging. 4. De secretaris woont de vergaderingen van de Kennisbenuttingsraad bij en heeft daarin een adviserende stem. 5. De Kennisbenuttingsraad kan niet-leden uitnodigen om (een deel van) de vergadering bij te wonen om advies of toelichting te geven over een specifiek agendapunt. 6. In zijn besluitvorming streeft de Kennisbenuttingsraad naar consensus. Indien over een besluit wordt gestemd, beslist de Kennisbenuttingsraad bij gewone meerderheid. Ieder lid van de Kennisbenuttingsraad heeft daarbij één stem. 7. Rechtsgeldige besluiten kunnen uitsluitend worden genomen indien tenminste de helft van het aantal leden van de Kennisbenuttingsraad in de vergadering aanwezig is. 8. Indien het in het zevende lid genoemde quorum niet aanwezig is, kan een tweede vergadering bijeen worden geroepen, waarin ongeacht het aantal aanwezige leden over de onderwerpen die voor voormelde eerste vergadering waren geagendeerd, met gewone meerderheid kan worden besloten; ten aanzien van aangelegenheden waarvoor geen tweede vergadering bijeen wordt geroepen, een voorlopig besluit worden genomen. Dit voorlopige besluit wordt vervolgens schriftelijk of per e-mail aan de leden ter instemming voorgelegd. Indien de meerderheid als bedoeld in het zevende lid instemt met het voorlopige besluit, wordt het besluit bekrachtigd. 9. Indien de stemmen staken wordt de besluitvorming over het betreffende onderwerp verdaagd naar een volgende vergadering. Indien de stemmen ook in deze vergadering staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 10. De Kennisbenuttingsraad kan ook buiten vergadering besluiten nemen door schriftelijk of per e- mail alle leden van de Kennisbenuttingsraad te consulteren. Indien een lid hiertegen per ommegaande bezwaar maakt, wordt het besluit aangehouden tot de volgende vergadering, tenzij dit naar het oordeel van de voorzitter niet mogelijk is, gelet op de spoedeisendheid. Indien de stemmen staken kan de voorzitter beslissen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel