Een arbeidsongeschiktheidsverzekering of zuivere nabestaandenlijfrente waarvan de premies zijn afgetrokken als uitgaven voor inkomensvoorzieningen kan vóór het einde van de overeengekomen looptijd worden beëindigd. Hierbij kunnen zich twee situaties voordoen.
Als de verzekeraar bij tussentijdse beëindiging van de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de zuivere nabestaandenlijfrente geen uitkering doet, worden geen negatieve uitgaven in aanmerking genomen. In deze situatie zijn geen verzekerde rechten van betekenis meer aanwezig waarop artikel 3.133 Wet IB 2001 van toepassing kan zijn.
Als de verzekeraar wel een uitkering doet bij tussentijdse beëindiging van de arbeidsongeschiktheidsverzekering of zuivere nabestaandenlijfrente zonder dat het verzekerde risico zich heeft voorgedaan, is sprake van een reguliere afkoop. Op grond van artikel 3.133 Wet IB 2001 worden dan negatieve uitgaven in aanmerking genomen (met uitzondering van de situatie waarin de regeling voor afkoop kleine lijfrente van toepassing is (artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, Wet IB 2001). Deze negatieve uitgaven worden gesteld op de waarde in het economische verkeer van de verzekering ten tijde van de beëindiging (artikel 3.137 Wet IB 2001). Hierover is revisierente verschuldigd (artikel 30i, eerste lid, onderdeel b, AWR).
Bij beëindiging van een arbeidsongeschiktheidsverzekering of zuivere nabestaandenlijfrente is het mogelijk dat de verzekeraar niet meer uitkeert dan het bedrag van de op het tijdstip van beëindiging nog onverdiende premies. Onverdiende premies zijn premies over een periode gedurende welke de verzekeraar (nog) geen risico heeft gelopen. In deze situatie vind ik het ongewenst dat over deze uitkering revisierente verschuldigd is. Ik keur het volgende goed.
Ik keur goed dat een uitkering van de nog onverdiende premies gedaan door de verzekeraar in verband met die beëindiging wordt aangemerkt als een restitutie van premie (artikel 3.132 Wet IB 2001). Het bedrag van de uitkering wordt in aanmerking genomen als een teruggave van een uitgave voor inkomensvoorziening. Over een dergelijke teruggave is tot het bedrag van de onverdiende premies geen revisierente verschuldigd.
Artikel 3
Tussentijdse beëindiging van een arbeidsongeschiktheidsverzekering of zuivere nabestaandenlijfrente
Onderdeel van Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 14 april 2026