Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Pensioenaangroei voor belastingplichtigen die een Belgisch rustpensioen opbouwen

Onderdeel van Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 14 april 2026

Binnen Nederland wordt de basis voor oudedagsvoorzieningen gevormd door de AOW (‘eerste pijler’) en pensioen (‘tweede pijler’). Het zogenoemde rustpensioen dat in België werkzame werknemers opbouwen omvat naar Nederlandse maatstaven zowel pensioenaanspraken als aanspraken van de eerste pijler. Als gevolg daarvan is de jaarlijkse aangroei van het Belgisch rustpensioen nominaal hoger dan de aangroei van een reguliere pensioenaanspraak in Nederland. De basis voor de berekening van de jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies is een jaarlijks te bepalen percentage van de premiegrondslag. Bij de bepaling van de hoogte van de premiegrondslag wordt al rekening gehouden met het feit dat in reguliere gevallen recht zal bestaan op een AOW-uitkering. Op de uitkomst van die berekening komt vervolgens een bedrag in verband met de opbouw van pensioenrechten in mindering. Als daarbij de volledige aangroei van het Belgisch rustpensioen in aanmerking zou worden genomen, leidt dit tot een feitelijk te lage jaarruimte voor de lijfrentepremieaftrek. Er wordt in dat geval opnieuw rekening gehouden met de gerechtigheid tot een publiekrechtelijke (Belgische) oudedagsuitkering. Dit heeft tot gevolg dat belastingplichtigen die een Belgisch rustpensioen opbouwen in verhouding minder (gefacilieerde) lijfrentevoorzieningen kunnen opbouwen dan belastingplichtigen die naast hun pensioenrechten recht hebben op AOW. Dit effect acht ik ongewenst gelet op de achtergrond van de regeling over de berekening van de jaarruimte. Daarom keur ik het volgende goed. Ik keur goed dat personen die in een jaar aanspraken voor een Belgisch rustpensioen opbouwen bij de berekening van de aangroei in dat jaar op het bedrag van de aangroei van jaarlijkse uitkeringen volgens een pensioenregeling een forfaitair bedrag in mindering brengen. Het gaat om de aangroei als bedoeld in artikel 3.127, vierde lid, Wet IB 2001. Dit forfaitaire bedrag wordt jaarlijks gepubliceerd op de website https://kennisgroepen.belastingdienst.nl. Deze goedkeuring geldt uitsluitend als in dat jaar geen Nederlandse AOW-aanspraken zijn opgebouwd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel