Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Wijziging specifieke uitkering in geval van een financieel tekort

Onderdeel van Tijdelijke regeling specifieke uitkering woningbouw en mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De minister kan indien er vrijgevallen middelen beschikbaar zijn het besluit tot verlening van de specifieke uitkering op aanvraag van de ontvanger wijzigen indien de ontvanger aantoont dat er een financieel tekort is bij de realisatie van een bovenplanse infrastructurele voorziening, mits: voldaan blijft worden aan de eisen van deze regeling en voldaan wordt aan het besluit tot verlening van de specifieke uitkering met betrekking tot in ieder geval de te realiseren bovenplanse infrastructurele voorzieningen en woningen, met inachtneming van een gehonoreerde aanvraag als bedoeld in artikel 14; de ontvanger aantoont dat er geen mogelijkheden tot versobering of het treffen van alternatieve bovenplanse infrastructurele voorzieningen zijn of dat deze niet haalbaar zijn; de noodzaak van een aanvullende specifieke uitkering is getoetst door de minister; en er afspraken zijn gemaakt over de verdeling in een bestuurlijk overleg MIRT. 2. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het aangevraagde bedrag maal het percentage, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel h. 3. De vrijgevallen middelen worden verdeeld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het desbetreffende bestuurlijk overleg MIRT. 4. De minister maakt het bedrag van de vrijgevallen middelen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, en de openstelling van de aanvraagperiode bekend in de Staatscourant en vermeldt of het bedrag inclusief of exclusief compensabele btw is. 5. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, kan worden ingediend van 1 januari tot en met 31 maart van het desbetreffende kalenderjaar, mits de minister de aanvraagperiode heeft opengesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel