Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Wijziging specifieke uitkering op aanvraag

Onderdeel van Tijdelijke regeling specifieke uitkering woningbouw en mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De minister kan het besluit tot verlening van de specifieke uitkering op aanvraag van de ontvanger wijzigen. 2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op: een omstandigheid als bedoeld in artikel 13, zevende lid; of een wijziging van een bovenplanse infrastructurele voorziening waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt. 3. In geval van een omstandigheid als bedoeld in artikel 13, zevende lid, kan de minister, mits er naar het redelijk oordeel van de minister sprake is van bijzondere omstandigheden, bij een besluit tot wijziging van het besluit tot verlening van een specifieke uitkering bepalen dat de realisatie van de woningen op de betreffende woningbouwlocatie of groep van woningbouwlocaties of de realisatie van de bovenplanse infrastructurele voorzieningen uiterlijk wordt gestart of afgerond op een ander moment dan bedoeld in artikel 13, derde, vierde of vijfde lid. 4. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan uiterlijk worden ingediend tot de start van de realisatie van de bovenplanse infrastructurele voorziening waarop het oorspronkelijke besluit ziet. 5. Een wijziging als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan afwijken van een bovenplanse infrastructurele voorziening, genoemd in het besluit tot verlening van de specifieke uitkering, mits dezelfde woningbouwlocatie of groep van woningbouwlocaties wordt ontsloten waarvoor eerder de specifieke uitkering is verleend. De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan worden ingediend tot uiterlijk de datum, bedoeld in artikel 13, eerste lid. 6. Het bedrag van een gewijzigde specifieke uitkering is niet hoger dan het bedrag van de oorspronkelijke specifieke uitkering. 7. Het percentage van het bedrag van de specifieke uitkering in het voorziene resterende tekort per woningbouwlocatie of per groep van woningbouwlocaties is in het gewijzigde besluit niet hoger dan in het oorspronkelijke besluit. 8. Op aanvraag van de ontvanger kan naar het redelijk oordeel van de minister in afwijking van het zesde lid een hoger bedrag worden verleend mits daardoor het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, niet wordt overschreden. De minister kan daarbij afwijken van het percentage, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel h. 9. De minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste en achtste lid. 10. Indien een beschikking niet binnen de termijn, bedoeld in het negende lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel