Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 9

(risicobeoordeling door de bevoegde autoriteit)

Onderdeel van Wet weerbaarheid kritieke entiteiten· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2026

1. De bevoegde autoriteit voert na overleg met Onze Minister een risicobeoordeling uit voor de betrokken sector en indien van toepassing subsector, genoemd in de bijlage van deze wet, en voor de op grond van artikel 7, eerste lid, aangewezen sector en indien van toepassing subsector. De bevoegde autoriteit neemt daarbij alle relevante natuurlijke en door de mens veroorzaakte risico’s die tot een incident zouden kunnen leiden in aanmerking, waaronder in ieder geval: risico’s van sectoroverschrijdende of van grensoverschrijdende aard; ongevallen; natuurrampen; noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid; en hybride dreigingen en andere antagonistische dreigingen, waaronder terroristische misdrijven als bedoeld in de Richtlijn (EU) 2017/541. 2. De bevoegde autoriteit houdt bij het uitvoeren van de risicobeoordeling ten minste rekening met: de algemene risicobeoordeling die wordt uitgevoerd op grond van artikel 6, eerste lid, van het Besluit nr. 1313/2013/EU en andere relevante risicobeoordelingen die worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van de relevante sectorspecifieke rechtshandelingen van de Europese Unie, waaronder de Verordening (EU) 2017/1938, de Verordening (EU) 2019/941, de Richtlijn 2007/60/EG en de Richtlijn 2012/18/EU; de relevante risico’s die voortvloeien uit de mate van afhankelijkheid tussen de sectoren, genoemd in de bijlage van deze wet, waaronder de mate van afhankelijkheid van deze sectoren ten aanzien van entiteiten met vestiging in andere lidstaten van de Europese Unie en derde landen, en de gevolgen die een aanzienlijke verstoring in één sector kan hebben voor andere sectoren, met inbegrip van eventuele significante risico’s voor burgers en de interne markt van de Europese Unie; en alle informatie over incidenten die overeenkomstig artikel 17 is kennisgegeven. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, werkt de bevoegde autoriteit samen met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie en de bevoegde autoriteiten van derde landen, al naargelang het geval. 4. De bevoegde autoriteit maakt bij het uitvoeren van de risicobeoordeling gebruik van de door de Europese Commissie op grond van artikel 5, eerste lid, van de CER-richtlijn vastgestelde lijst van essentiële diensten. 5. De risicobeoordeling geschiedt ten minste elke vier jaar na de eerste risicobeoordeling, of eerder, indien hiertoe aanleiding bestaat. 6. De bevoegde autoriteit verstrekt relevante informatie uit de risicobeoordeling aan de kritieke entiteit in de betrokken sector, die overeenkomstig artikel 6, eerste lid, is aangewezen, ten behoeve van de door die kritieke entiteit te verrichten risicobeoordeling, bedoeld in artikel 14, en het nemen van de maatregelen, bedoeld in artikel 15.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel