1. 1. De bevoegde autoriteit is voor de kritieke entiteiten in de sectoren en subsectoren, genoemd in de bijlage van deze wet:

    Bevoegde autoriteit

    Sector

    Subsector (indien van toepassing)

    Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    overheid

    Onze Minister van Economische Zaken

    digitale infrastructuur

    ruimtevaart

    Onze Minister van Financiën

    bankwezen

    infrastructuur voor de financiële markt

    Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat

    vervoer

    lucht

    spoor

    water

    weg

    openbaar vervoer

    drinkwater

    afvalwater

    Onze Minister van Klimaat en Groene Groei

    energie

    elektriciteit

    stadsverwarming en -koeling

    olie

    gas

    waterstof

    Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

    productie, verwerking en distributie van levensmiddelen

    Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

    gezondheidszorg

  2. 2. Onze Minister die het aangaat die op grond van artikel 6, eerste lid, een entiteit in een sector als bedoeld in artikel 7, eerste lid, heeft aangewezen als kritieke entiteit, is voor die kritieke entiteit de bevoegde autoriteit.
  3. 3. De bevoegde autoriteit heeft de volgende taken:
    • - a. het zorgen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet ten aanzien van kritieke entiteiten;
    • - b. het zorgen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in de op grond van artikel 13, zesde lid, van de CER-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie; en
    • - c. de overige in deze wet genoemde taken van de bevoegde autoriteit.