**1.** Voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling, kan Europol, naast niet-persoonsgebonden gegevens, in andere bestanden gegevens opslaan, wijzigen en gebruiken in verband met strafbare feiten ten aanzien waarvan Europol ingevolge artikel 2, lid 2, bevoegd is, met inbegrip van de gegevens betreffende de in artikel 2, lid 3, tweede alinea, bedoelde samenhangende strafbare feiten ten behoeve van specifieke analysewerkzaamheden, welke gegevens betrekking hebben op:
personen als bedoeld in artikel 8, lid 1;
personen die wellicht als getuige moeten optreden bij onderzoeken naar de betrokken strafbare feiten of bij daaropvolgende strafvervolgingen;
personen die het slachtoffer zijn geworden van een van de betrokken strafbare feiten of ten aanzien van wie zich bepaalde omstandigheden voordoen die doen vermoeden dat zij het slachtoffer van een dergelijk strafbaar feit kunnen worden;
contact- en begeleidende personen alsmede
personen die informatie kunnen verschaffen over de betrokken strafbare feiten.
Het verzamelen, de opslag en de verwerking van de gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste zin, van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens is slechts toegestaan voor zover dit absoluut noodzakelijk is voor het met het betrokken bestand beoogde doel en voor zover deze gegevens een aanvulling vormen op andere in hetzelfde bestand opgeslagen persoonsgegevens. Het is verboden om in strijd met bovengenoemde voorwaarden een specifieke categorie personen te selecteren uitsluitend aan de hand van de gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste zin, van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981.
De Raad stelt met eenparigheid van stemmen volgens de procedure van titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie de door de Raad van Bestuur voorbereide regels voor het gebruik van de bestanden vast waarin met name de aanwijzingen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde persoonsgegevens, alsmede de voorschriften inzake de beveiliging van deze gegevens en de interne controle op het gebruik ervan, nader worden omschreven.
**2.** Deze bestanden worden aangelegd voor analysedoeleinden omschreven als het compileren, verwerken of gebruiken van gegevens ter ondersteuning van het strafrechtelijk onderzoek. Voor elk analyseproject wordt een analysegroep ingesteld waarin de volgende deelnemers overeenkomstig de in artikel 3, lid 1 en 2, en in artikel 5, lid 3, omschreven taken en opdrachten nauw met elkaar samenwerken:
de door de directie van Europol aangewezen analisten en andere personeelsleden van Europol; uitsluitend de analisten zijn gemachtigd in het betrokken bestand gegevens in te voeren en op te zoeken;
de verbindingsofficieren of de deskundigen van de Lid-Staten die de informatie hebben verstrekt of die als partij bij de analyse betrokken zijn in de zin van lid 6.
**3.** Op verzoek van Europol of uit eigen beweging verstrekken de nationale eenheden, onverminderd artikel 4, lid 5, alle informatie aan Europol die noodzakelijk is voor de vervulling van zijn taken als omschreven in artikel 3, lid 1, onder 2). De Lid-Staten verstrekken deze gegevens slechts wanneer zij ook volgens het desbetreffende nationale recht verwerkt mogen worden met het oog op het voorkomen, bestrijden of analyseren van strafbare feiten.
Afhankelijk van de mate van gevoeligheid kunnen de van de nationale eenheden afkomstige gegevens rechtstreeks en met alle passende middelen, al dan niet via de betrokken verbindingsofficieren, aan de analysegroepen worden verstrekt.
**4.** Indien het gerechtvaardigd blijkt dat Europol, behalve de in lid 3 bedoelde informatie, nadere inlichtingen nodig heeft voor zijn taakvervulling ingevolge artikel 3, lid 1, onder 2), kan Europol:
de Europese Gemeenschappen en de publiekrechtelijke instellingen die op grond van de Gemeenschapsverdragen zijn opgericht,
andere publiekrechtelijke instellingen die in het kader van de Europese Unie zijn opgericht,
instellingen die zijn opgericht op grond van een overeenkomst tussen twee of meer Lid-Staten van de Europese Unie,
Staten die geen lid zijn van de Europese Unie,
internationale organisaties en de daaronder ressorterende publiekrechtelijke instellingen,
andere publiekrechtelijke instellingen die zijn opgericht op grond van een overeenkomst tussen twee of meer Staten, evenals
de Internationale Criminele Politie-Organisatie,
verzoeken om deze informatie met alle passende middelen te verstrekken. Europol kan eveneens, onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde middelen, gegevens ontvangen die deze instanties uit eigen beweging verstrekken. De Raad stelt hiervoor volgens de procedure van Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie, na advies van de Raad van Bestuur, met eenparigheid van stemmen de door Europol op dit gebied te volgen regels vast.
**5.** Indien Europol in het kader van andere overeenkomsten het recht heeft verkregen om andere informatiesystemen geautomatiseerd te raadplegen, kan Europol op deze wijze persoonsgegevens opzoeken indien dat noodzakelijk is voor zijn taakvervulling ingevolge artikel 3, lid 1, onder 2).
**6.** Indien het om een algemene strategische analyse gaat, delen alle Lid-Staten via verbindingsofficieren of deskundigen volledig in het resultaat van de werkzaamheden, in het bijzonder door toezending van de door Europol opgestelde verslagen.
Indien de analyse betrekking heeft op bijzondere gevallen die niet alle Lid-Staten aangaan en een rechtstreekse operationele bedoeling heeft, nemen de vertegenwoordigers van de volgende Lid-Staten daaraan deel:
de Lid-Staten van wie de informatie afkomstig is die geleid heeft tot het besluit om het analysebestand aan te leggen of die daarbij rechtstreeks betrokken zijn, alsmede de Lid-Staten welke de analysegroep in een later stadium uitnodigt mee te werken omdat zij eveneens daarbij betrokken raken;
de Lid-Staten die op grond van raadpleging van het indexsysteem weten dat zij kennis moeten kunnen nemen van bedoelde gegevens en die dit overeenkomstig de voorwaarden van lid 7 hebben medegedeeld.
**7.** De gemachtigde verbindingsofficieren delen deze noodzaak tot kennisneming mee. Elke Lid-Staat benoemt en machtigt daartoe een beperkt aantal verbindingsofficieren en doet de lijst van die verbindingsofficieren aan de Raad van Bestuur toekomen.
De verbindingsofficier moet de noodzaak tot kennisneming in de zin van lid 6 motiveren in een schriftelijke mededeling die getekend is door het bevoegd gezag waaronder hij in zijn Lid-Staat ressorteert; hij legt deze mededeling aan alle deelnemers van de analyse voor, waarna hij van rechtswege als deelnemer bij de desbetreffende analyse wordt ingeschakeld.
Indien de analysegroep daartegen bezwaar maakt, wordt deze inschakeling van rechtswege als volwaardig deelnemer uitgesteld voor de duur van een arbitrageprocedure die uit drie achtereenvolgende fasen kan bestaan:
de deelnemers aan de analyse trachten tot overeenstemming te komen met de verbindingsofficier die heeft medegedeeld, het noodzakelijk te achten er kennis van te nemen; zij beslissen binnen een termijn van ten hoogste acht dagen;
indien de onenigheid blijft bestaan, wordt binnen drie dagen een vergadering van de hoofden van de betrokken nationale eenheden met de directie van Europol belegd;
indien nog steeds geen overeenstemming is bereikt, beleggen de vertegenwoordigers van de betrokken partijen in de Raad van Bestuur van Europol binnen acht dagen een vergadering. Indien de Lid-Staat bij zijn standpunt blijft dat hij ervan kennis moet nemen, wordt met algemene stemmen besloten of hij als volwaardig deelnemer bij de analyse ingeschakeld wordt.
**8.** De Lid-Staat die informatie verstrekt aan Europol, kan als enige oordelen over de mate van en de verandering in de gevoeligheid van die informatie. Over elke verstrekking en elk operationeel gebruik van analysegegevens vindt tussen de deelnemers aan de analyse overleg plaats. Elke Lid-Staat die als deelnemer wordt ingeschakeld bij een analyse die al gaande is, mag de gegevens met name niet verspreiden of gebruiken zonder voorafgaande toestemming van de Lid-Staten die reeds daarbij betrokken waren.
Titel III
Artikel 10
Verzameling, verwerking en gebruik van persoonsgegevens
Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998