**1.** Een ieder die zijn recht op kennisneming van bij Europol opgeslagen op hem betrekking hebbende gegevens wil uitoefenen of deze wil laten controleren, kan daartoe kosteloos een verzoek indienen in de Lid-Staat van zijn keuze bij de nationale autoriteit, welke het verzoek onmiddellijk doorgeeft aan Europol en de verzoeker vervolgens laat weten dat Europol hem rechtstreeks zal antwoorden.
**2.** Het verzoek moet door Europol volledig worden beantwoord binnen de drie maanden die volgen op de ontvangst ervan door de bevoegde nationale autoriteit van de Lid-Staat.
**3.** Het recht van personen om kennis te nemen van op hen betrekking hebbende gegevens of deze gegevens te laten controleren wordt uitgeoefend met inachtneming van het recht van de Lid-Staat waar dit recht wordt uitgeoefend, rekening houdende met de volgende bepalingen:
Indien het recht van de aangezochte Lid-Staat voorziet in een mededeling met betrekking tot de gegevens, wordt deze mededeling geweigerd indien zulks nodig is:
opdat Europol zijn taken naar behoren kan vervullen,
om de veiligheid van de Lid-Staten en de openbare orde te beschermen of strafbare feiten te bestrijden,
om de rechten en vrijheden van derden te beschermen,
en het belang van de bij de mededeling van de informatie betrokken persoon derhalve niet kan prevaleren.
**4.** Het recht op kennisneming wordt overeenkomstig lid 3 uitgeoefend volgens onderstaande procedures:
gegevens die zijn opgeslagen in het in artikel 8 omschreven informatiesysteem, mogen slechts ter kennisneming worden medegedeeld nadat de Lid-Staat die de gegevens heeft ingevoerd en de Lid-Staten die rechtstreeks bij de mededeling van deze gegevens zijn betrokken, eerst hun standpunt kenbaar hebben kunnen maken, dat in het uiterste geval een weigering tot mededeling kan inhouden. Door de Lid-Staat die de gegevens heeft ingevoerd wordt gemeld welke gegevens mogen worden meegedeeld en op welke wijze dat dient te geschieden;
met betrekking tot gegevens die door Europol in het informatiesysteem zijn opgeslagen, moeten de rechtstreeks betrokken Lid-Staten eerst een standpunt hebben kunnen innemen, dat in het uiterste geval een weigering tot mededeling kan inhouden;
met betrekking tot gegevens die zijn opgeslagen in de werkbestanden voor analysedoeleinden als omschreven in artikel 10, geldt dat deze slechts mogen worden meegedeeld als daarover een consensus bestaat tussen Europol en de Lid-Staten die aan de analyse deelnemen in de zin van artikel 10, lid 2, en de rechtstreeks bij deze mededeling betrokken Lid-Staat of Lid-Staten.
Indien een of meer Lid-Staten of Europol zich hebben verzet tegen de mededeling betreffende de gegevens, stelt Europol de verzoeker ervan in kennis dat het de nodige controles heeft verricht, zonder aanwijzingen te geven waaruit de betrokkene kan opmaken of hij al dan niet bekend is.
**5.** Ten aanzien van de uitoefening van het recht op controle gelden de volgende procedures:
Indien het van toepassing zijnde nationale recht niet in de mededeling betreffende de gegevens voorziet of als het alleen een verzoek om controle betreft, verricht Europol in nauw overleg met de betrokken nationale autoriteiten de controles en laat het de verzoeker weten dat het de nodige controles heeft verricht, zonder aanwijzingen te geven waaruit de betrokkene kan opmaken of hij al dan niet bekend is.
**6.** In zijn antwoord op een verzoek om controle of kennisneming van gegevens laat Europol de verzoeker weten dat hij, indien hij niet tevreden is met de beslissing, beroep kan instellen bij het gemeenschappelijke controle-orgaan. De verzoeker kan zich ook tot het gemeenschappelijke controle-orgaan wenden indien binnen de in dit artikel gestelde termijn geen antwoord is gegeven op zijn verzoek.
**7.** Indien de verzoeker beroep instelt bij het in artikel 24 bedoelde gemeenschappelijke controle-orgaan, wordt dit beroep door dit orgaan behandeld.
Indien het beroep betrekking heeft op de mededeling betreffende de gegevens die door een Lid-Staat in het informatiesysteem zijn ingevoerd, neemt het gemeenschappelijke controle-orgaan een beslissing overeenkomstig het nationale recht van de Lid-Staat bij wie het verzoek werd ingediend. Het gemeenschappelijke controle-orgaan raadpleegt eerst het nationale controle-orgaan of de bevoegde rechterlijke instantie van de Lid-Staat van wie het gegeven afkomstig is. Dit orgaan of deze instantie verricht de nodige controles om in het bijzonder na te gaan of de beslissing tot weigering overeenkomstig de bepalingen van de leden 3 en 4, eerste alinea, van dit artikel is genomen. In dat geval wordt de beslissing, die in het uiterste geval een weigering tot mededeling kan inhouden, genomen door het gemeenschappelijke controle-orgaan in nauw overleg met het nationale controle-orgaan of de bevoegde rechterlijke instantie.
Indien het beroep betrekking heeft op de mededeling betreffende de door Europol in het informatiesysteem opgeslagen gegevens of gegevens die voor analysedoeleinden in de bestanden zijn opgeslagen en Europol of een Lid-Staat zich blijven verzetten, kan het gemeenschappelijke controle-orgaan slechts na Europol of de Lid-Staat te hebben gehoord, en met een meerderheid van twee derden van zijn leden aan dit verzet voorbijgaan. Bij ontstentenis van deze meerderheid stelt het gemeenschappelijke controle-orgaan de verzoeker ervan in kennis dat de controles zijn verricht zonder aanwijzingen te geven waaruit deze laatste kan opmaken of hij al dan niet bekend is.
Indien het beroep betrekking heeft op de controle van door een Lid-Staat in het informatiesysteem ingevoerde gegevens, vergewist het gemeenschappelijk controle-orgaan zich ervan dat de nodige controles correct zijn uitgevoerd, een en ander in nauw overleg met het nationale controle-orgaan van de Lid-Staat dat de gegevens heeft ingevoerd. Het gemeenschappelijke controle-orgaan stelt de verzoeker ervan in kennis dat de controles zijn verricht, zonder aanwijzingen te geven waaruit deze laatste kan opmaken of hij al dan niet bekend is.
Als het beroep betrekking heeft op de controle van door Europol in het informatiesysteem ingevoerde gegevens of gegevens die voor analysedoeleinden in de bestanden zijn opgeslagen, vergewist het gemeenschappelijke controle-orgaan zich ervan dat de nodige controles correct door Europol zijn uitgevoerd. Het gemeenschappelijke controle-orgaan stelt de verzoeker ervan in kennis dat de controles zijn verricht zonder aanwijzingen te geven waaruit deze laatste kan opmaken of hij al dan niet bekend is.
**8.** Bovenstaande bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de niet-geautomatiseerde gegevens die Europol in de vorm van handmatige bestanden bijhoudt, d.w.z. elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens dat volgens bepaalde criteria kan worden geraadpleegd.
Titel IV
Artikel 19
Recht op kennisneming
Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998