Naar hoofdinhoud

Titel IV

Artikel 24

Gemeenschappelijk controle-orgaan

Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. Er wordt een onafhankelijk gemeenschappelijk controle-orgaan opgericht, dat tot taak heeft in overeenstemming met deze Overeenkomst toe te zien op de werkzaamheden van Europol opdat de rechten van de personen niet geschaad worden door de opslag, de verwerking en het gebruik van de gegevens waarover Europol beschikt. Tevens ziet het gemeenschappelijk controle-orgaan toe op de rechtmatigheid van de verstrekking van de van Europol afkomstige gegevens. Het gemeenschappelijk controle-orgaan bestaat uit ten hoogste twee leden of vertegenwoordigers van elk nationaal controle-orgaan, eventueel bijgestaan door plaatsvervangers, die alle waarborgen inzake onafhankelijkheid bieden en de vereiste kwalificaties bezitten, en die door elke Lid-Staat voor een periode van vijf jaar worden benoemd. Bij stemming heeft elke Lid-Staat één stem. Het gemeenschappelijke controle-orgaan wijst uit zijn midden een voorzitter aan. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden ontvangen de leden van het gemeenschappelijk controle-orgaan geen instructies van andere instanties. 2. Europol is verplicht het gemeenschappelijk controle-orgaan bij zijn taakvervulling te steunen. Europol zorgt daarbij in het bijzonder voor: het verstrekken van informatie op verzoek van het orgaan, de inzage in alle documenten en dossiers, alsmede de toegang tot de opgeslagen gegevens, het verlenen van permanente toegang tot alle dienstruimten, en het uitvoeren van de beslissingen van de gemeenschappelijke controle-autoriteit op overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, lid 7, en artikel 20, lid 4, ingestelde beroepen. 3. Het gemeenschappelijk controle-orgaan is tevens bevoegd om een onderzoek in te stellen naar toepassings- of interpretatiekwesties in verband met de werkzaamheden van Europol op het gebied van het verwerken en gebruiken van persoonsgegevens, naar kwesties in verband met het door de nationale controle-organen van de Lid-Staten onafhankelijk uitgevoerde toezicht of met de uitoefening van het recht op kennisneming, alsook om geharmoniseerde voorstellen uit te werken om voor de bestaande problemen een gemeenschappelijke oplossing te vinden. 4. Een ieder heeft het recht het gemeenschappelijk controle-orgaan te verzoeken zich ervan te vergewissen of Europol bij de opslag, het verzamelen, de verwerking en het gebruik van zijn persoonsgegevens op een toelaatbare en juiste wijze te werk is gegaan. 5. Indien het gemeenschappelijk controle-orgaan vaststelt dat bij de opslag, het verwerken of het gebruik van persoonsgegevens inbreuken op de bepalingen van deze Overeenkomst zijn gemaakt, richt het de opmerkingen die het nodig acht aan de directeur van Europol en sommeert het de directeur om binnen een door het controle-orgaan te bepalen termijn op deze opmerkingen te antwoorden. De directeur houdt de Raad van Bestuur van de procedure op de hoogte. In geval van moeilijkheden legt het gemeenschappelijk controle-orgaan de zaak voor aan de Raad van Bestuur. 6. Het gemeenschappelijk controle-orgaan doet regelmatig verslag van zijn werkzaamheden. Deze verslagen worden volgens de procedure van Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie aan de Raad toegezonden; de Raad van Bestuur krijgt van tevoren de gelegenheid een advies te formuleren, dat aan het verslag wordt toegevoegd. Het gemeenschappelijk controle-orgaan besluit of het verslag van zijn werkzaamheden al dan niet openbaar wordt gemaakt en neemt in voorkomend geval een besluit over de wijze van openbaarmaking. 7. Het gemeenschappelijk controle-orgaan stelt met eenparigheid van stemmen zijn reglement van orde vast. Dit reglement van orde moet door de Raad met eenparigheid van stemmen worden goedgekeurd. Binnen het gemeenschappelijk controle-orgaan wordt een comité ingesteld dat bestaat uit één lid per delegatie en waarin elk lid over één stem beschikt. Dit comité heeft tot taak met alle passende middelen, de beroepen te behandelen bedoeld in artikel 19, lid 7, en artikel 20, lid 4. Indien zij daarom verzoeken worden de partijen, desgewenst bijgestaan door hun raadsman, gehoord door dit comité. De in dit kader genomen beslissingen zijn voor alle betrokken partijen definitief. 8. Het gemeenschappelijk controle-orgaan kan daarenboven een of meer commissies oprichten. 9. Het gemeenschappelijk controle-orgaan wordt geraadpleegd over het op dit orgaan betrekking hebbende gedeelte van de ontwerp-begroting. Het advies van het gemeenschappelijk controle-orgaan wordt bij de betrokken ontwerp-begroting gevoegd. 10. Het wordt bijgestaan door een secretariaat, waarvan de taken in het reglement van orde worden omschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel