Naar hoofdinhoud
1. Het doel van dit Verdrag is de totstandkoming van een duurzaam internationaal samenwerkingsverband tussen de Deelnemers, als ware partners, met het oog op het gedetailleerde ontwerp, de ontwikkeling, de exploitatie en het gebruik van een permanent bewoond civiel internationaal ruimtestation voor vreedzame doeleinden, in overeenstemming met het internationale recht. Dit civiele internationale ruimtestation zal het wetenschappelijk, technologisch en commercieel gebruik van de kosmische ruimte doen toenemen. Dit Verdrag omschrijft met name het civiele internationale ruimtestationprogramma en de aard van de samenwerking, met inbegrip van de respectieve rechten en verplichtingen van de Deelnemers. Dit Verdrag voorziet voorts in procedures en regelingen die moeten waarborgen dat haar doel wordt verwezenlijkt. 2. De Deelnemers bundelen hun krachten, waarbij de Verenigde Staten een leidende rol hebben op het gebied van het algehele management, en de coördinatie teneinde een geïntegreerd internationaal ruimtestation tot stand te brengen. De Verenigde Staten en Rusland produceren elementen die als basis dienen voor het internationale ruimtestation en putten daarbij uit hun uitgebreide ervaring op het gebied van bemande ruimtevluchten. De Europese Deelnemer en Japan produceren elementen die de mogelijkheden van het ruimtestation in belangrijke mate vergroten. De bijdrage van Canada zal een essentieel deel van het ruimtestation zijn. De door de Deelnemers te leveren elementen die het internationale ruimtestation zullen vormen, zijn genoemd in de Bijlage bij dit Verdrag. 3. Het permanent bewoonde civiele internationale ruimtestation (hierna te noemen „het ruimtestation") is bestemd voor vele doeleinden, zal in een lage omloopbaan om de aarde worden gebracht en zal uit door alle Deelnemers te leveren vluchtelementen en uit uitsluitend voor het ruimtestation bestemde grondelementen bestaan. Door het leveren van vluchtelementen voor het ruimtestation verwerft iedere Deelnemer bepaalde rechten om het ruimtestation te gebruiken en neemt hij deel aan het management daarvan in overeenstemming met dit Verdrag, de Memoranda van Overeenstemming en de uitvoeringsregelingen. 4. Het ruimtestation is bedoeld als voorziening geschikt voor verdere ontwikkeling. De rechten en verplichtingen van de Deelnemende Staten met betrekking tot de verdere ontwikkeling zijn onderworpen aan de bepalingen ter zake overeenkomstig artikel 14. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel