Naar hoofdinhoud
1. Het ruimtestation wordt ontwikkeld, beheerd en gebruikt in overeenstemming met het internationale recht, met inbegrip van het Ruimteverdrag, de Astronautenovereenkomst, de Aansprakelijkheidsovereenkomst en de Registratieovereenkomst. 2. Niets in dit Verdrag mag zo worden uitgelegd dat daardoor rechten en verplichtingen van de Deelnemende Staten zoals vastgelegd in de in het eerste lid van dit artikel genoemde verdragen, hetzij jegens elkander, hetzij jegens andere Staten, worden gewijzigd, voor zover niet anders bepaald in artikel 16; daardoor de rechten en verplichtingen van de Deelnemende Staten die de kosmische ruimte, hetzij afzonderlijk, hetzij in samenwerking met andere Staten, exploreren of gebruiken in het kader van activiteiten die niet verband houden met het ruimtestation, worden aangetast; of daaraan aanspraken worden ontleend met betrekking tot nationale toe-eigening van de kosmische ruimte of een gedeelte daarvan. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel