**1.** De Deelnemers beogen het ruimtestation verder te ontwikkelen door de toevoeging van extra mogelijkheden en streven ernaar deze ontwikkeling in zo groot mogelijke mate te verwezenlijken door middel van bijdragen van alle Deelnemers. Daartoe stelt elke Deelnemer zich ten doel de andere Deelnemers, waar dit passend is, de gelegenheid te bieden mede te werken aan zijn voorstellen betreffende de toevoeging van extra mogelijkheden. Het ruimtestation blijft ook met de toevoegingen van extra mogelijkheden een civiel ruimtestation en het zal worden geëxploiteerd en gebruikt voor vreedzame doeleinden, in overeenstemming met het internationale recht.
**2.** Dit Verdrag schept slechts rechten en verplichtingen met betrekking tot de in de Bijlage genoemde elementen, met dien verstande dat dit artikel en artikel 16 mede van toepassing zijn op alle toevoegingen van extra mogelijkheden. Dit Verdrag verplicht een Deelnemende Staat niet tot deelneming aan, en verleent een Deelnemer niet anderszins rechten met betrekking tot de toevoeging van extra mogelijkheden.
**3.** Procedures ter coördinatie van de respectieve studies van de Deelnemers inzake verdere ontwikkeling, en ter bestudering van specifieke voorstellen met betrekking tot de toevoeging van extra mogelijkheden worden vastgelegd in de Memoranda van Overeenstemming.
**4.** Voor samenwerking tussen twee of meerdere Deelnemers betreffende de gezamenlijke toevoegingen van extra mogelijkheden is, na de in het derde lid hierboven bedoelde coördinatie en bestudering, hetzij de wijziging van dit Verdrag, hetzij een afzonderlijke overeenkomst vereist, waarbij de Verenigde Staten, teneinde te waarborgen dat elke toevoeging strookt met het algehele programma, en iedere andere Deelnemer die een element van het ruimtestation of een ruimtetransportsysteem levert waarvoor dit operationele of technische gevolgen heeft, partijen zijn.
**5.** Na de in het derde lid hierboven bedoelde coördinatie en bestudering is voor de toevoeging van extra mogelijkheden door één Deelnemer de voorafgaande kennisgeving aan de andere Deelnemers vereist, alsmede een overeenkomst met de Verenigde Staten teneinde te waarborgen dat de toevoeging strookt met het algehele programma, en met iedere andere Deelnemer die een element van het ruimtestation of een ruimtevervoersysteem levert waarvoor dit operationele of technische gevolgen heeft.
**6.** Een Deelnemer die gevolgen zou kunnen ondervinden van de toevoeging van extra mogelijkheden bedoeld in het vierde of het vijfde lid hierboven kan verzoeken om overleg met de andere Deelnemers overeenkomstig artikel 23.
**7.** De toevoeging van extra mogelijkheden houdt in geen geval een wijziging in van de rechten of verplichtingen van een Deelnemende Staat uit hoofde van dit Verdrag of de Memoranda van Overeenstemming met betrekking tot de in de Bijlage genoemde elementen, tenzij de betrokken Deelnemende Staat anders overeenkomt.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.
Artikel 14
Verdere ontwikkeling
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van Canada, de Regeringen van de Lidstaten van het Europees Ruimte-Agentschap, de Regering van Japan, de Regering van de Russische Federatie en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake samenwerking op het gebied van het civiele internationale ruimtestation· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 juni 2005