Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Vergaderingen van de Staten die Partij zijn

Onderdeel van Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1999

1. De Staten die Partij zijn komen regelmatig in vergadering bijeen teneinde zaken te bestuderen die betrekking hebben op de toepassing of uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van: de werking en status van dit Verdrag; zaken die voortkomen uit de rapporten die ingevolge dit Verdrag worden ingediend; internationale samenwerking en bijstand in overeenstemming met artikel 6; de ontwikkeling van technologieën voor het ruimen van anti-personeelmijnen; de door de Staten die Partij zijn ingediende verzoeken ingevolge artikel 8; en beslissingen ten aanzien van de door de Staten die Partij zijn ingediende verzoeken bedoeld in artikel 5. 2. De eerste Vergadering van Staten die Partij zijn wordt binnen één jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De volgende vergaderingen worden door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties jaarlijks bijeengeroepen, tot aan de eerste Toetsingsconferentie. 3. Onder de in artikel 8 bedoelde voorwaarden roept de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn bijeen. 4. Staten die geen Partij zijn bij dit Verdrag, alsmede de Verenigde Naties, andere relevante internationale organisaties of instellingen, regionale organisaties, het Internationaal Comité van het Rode Kruis en relevante niet-gouvernementele organisaties kunnen worden uitgenodigd deze vergaderingen als waarnemers bij te wonen, in overeenstemming met het aangenomen Reglement van Orde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel