Hoofdstuk III
Artikel 19
Regionale programma's
Deze tekst geldt sinds 1 april 2003
**1.** De regionale samenwerkingsstrategie (RSS) en het bijbehorende operationele indicatieve programma worden opgesteld door de Commissie en een regionale organisatie of regionale organisaties met een passend mandaat, of bij ontbreken van een dergelijk mandaat, de nationale ordonnateurs van de ACS-staten in de betrokken regio. Ingeval een regionale ordonnateur is aangesteld, wordt RSS en het bijbehorende NIS in coördinatie met de lidstaten opgesteld.
**2.** De EIB wordt bij deze coördinatie betrokken voor de aangelegenheden in verband met haar activiteiten en die van de Investeringsfaciliteit.
**3.** De RSS met het bijbehorende ontwerp voor een indicatief programma wordt uiteengezet in één samenvattend document. Over dit document wordt tussen de lidstaten en de Commissie een gedachtewisseling gehouden in het Comité van het EOF. Het Comité van het EOF brengt over de ontwerp-RSS en het indicatieve programma advies uit volgens de procedure van artikel 27, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23, lid 1, van dit akkoord.
**4.** Het operationele indicatieve programma wordt vervolgens in onderling overleg vastgesteld door de Gemeenschap en de regionale organisatie(s) met een passend mandaat, of bij ontbreken van een regionale organisatie met een dergelijk mandaat, de nationale ordonnateurs van de ACS-staten in de betrokken regio. Het indicatieve programma is dan voor de Gemeenschap en die staten bindend.
**5.** Overeenkomstig artikel 11 van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst wordt een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie van de RSS en het indicatieve programma verricht. In de loop van het evaluatieproces brengt het Comité van het EOF advies uit overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, aan de hand van een overzichtsdocument dat door de Commissie wordt ingediend. Na de besprekingen in het Comité van het EOF wordt het evaluatieproces afgerond door de Commissie en de regionale organisatie(s) met een passend mandaat, of bij ontbreken van dergelijk mandaat, de nationale ordonnateurs van de ACS-staten in de betrokken regio. De eindresultaten van de evaluatie worden in samenvattende vorm vastgelegd en ter informatie aan het Comité van het EOF voorgelegd.
**6.** In het kader van de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de toewijzing van middelen worden aangepast aan de behoeften en prestaties van de betrokken ACS-regio.
De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.