**1.** De inspecterende Staat zorgt ervoor dat zijn naar behoren gemachtigde inspecteurs
de kapitein van het vaartuig hun identificatiedocument laten zien, alsmede een exemplaar van de tekst van de betrokken instandhoudings- en beheersmaatregelen of van de op grond van deze maatregelen voor het betrokken gebied van de volle zee geldende regels of reglementen;
de vlaggestaat op het ogenblik van de aanhouding en inspectie een kennisgeving zenden;
tijdens de aanhouding en inspectie de kapitein niet beletten contact te hebben met de autoriteiten van de Vlaggestaat;
de kapitein en de autoriteiten van de Vlaggestaat een kopie van het rapport over de aanhouding en inspectie verstrekken en daarin alle bezwaren of verklaringen noteren die de kapitein wenst te maken;
het vaartuig na afronding van de inspectie onverwijld verlaten, als zij geen bewijzen van ernstige overtredingen vinden;
het gebruik van geweld vermijden, tenzij wanneer en in de mate waarin dat nodig is voor de veiligheid van de inspecteurs en wanneer deze worden gehinderd bij de uitoefening van hun taak. De mate van geweld dient niet groter te zijn dan redelijkerwijs nodig is in de gegeven situatie.
**2.** De naar behoren gemachtigde inspecteurs van een inspecterende Staat hebben de bevoegdheid om het vaartuig, de vergunning, het vistuig, de installaties, de administratie, de apparatuur, de vis en visserijprodukten te inspecteren, alsmede alle documenten die relevant zijn om na te gaan of de betrokken instandhoudings- en beheersmaatregelen zijn nageleefd.
**3.** De Vlaggestaat zorgt ervoor dat de kapiteins van de vaartuigen
het snel en veilig aan boord gaan van de inspecteurs accepteren en vergemakkelijken;
meewerken aan en assistentie verlenen voor inspectie van het vaartuig volgens deze procedures;
de inspecteurs niet tegenwerken, intimideren of hinderen bij de uitoefening van hun taak;
tijdens de aanhouding en inspectie de inspecteurs niet beletten contact te hebben met de autoriteiten van de Vlaggestaat;
de inspecteurs redelijke faciliteiten verschaffen, waaronder, zo nodig, voedsel en een verblijfsruimte, en
het van boord gaan van de inspecteurs vergemakkelijken.
**4.** Voor het geval de kapitein van een vaartuig aanhouding en inspectie overeenkomstig dit artikel en artikel 21 weigert, geeft de vlaggestaat, behalve in omstandigheden waarin het volgens algemeen aanvaarde internationale regels, procedures en praktijken voor de veiligheid op zee nodig is de aanhouding en inspectie uit te stellen, de kapitein van het vaartuig bevel om onmiddellijk aanhouding en inspectie te accepteren en schorst die Staat, als de kapitein dat bevel niet opvolgt, de visvergunning van het betrokken vaartuig en geeft hij dat vaartuig het bevel onmiddellijk naar de haven terug te keren. Wanneer de in dit lid bedoelde omstandigheden zich voordoen, deelt de vlaggestaat de inspecterende Staat mee welke maatregelen hij genomen heeft.
DEEL VI
Artikel 22
Basisprocedures voor aanhouding en inspectie op grond van artikel 21
Onderdeel van Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 18 januari 2004