Tenzij door de betrokken Overeenkomstsluitende Partij anders wordt beslist, zal een zeeman-vluchteling niet langer geacht worden rechtmatig verblijf te houden op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij indien hij, na het tijdstip waarop hij overeenkomstig artikel 2 of 3 van deze Overeenkomst laatstelijk geacht werd rechtmatig op dat grondgebied te verblijven,
zich gevestigd heeft op het grondgebied van een andere Staat, of
binnen een periode van zes jaren na dat tijdstip in totaal 1350 dagen dienst heeft gedaan aan boord van schepen varende onder de vlag van één en dezelfde andere Staat, of
binnen enige periode van drie jaren na dat tijdstip, noch ten minste in totaal 30 dagen als zeeman heeft gediend op schepen die varen onder de vlag van die Overeenkomstsluitende Partij en ten minste twee maal per jaar havens van dat grondgebied aandoen, noch ten minste in totaal tien dagen heeft verbleven op het grondgebied van die Partij.
HOOFDSTUK II
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 27 december 1961