Een Verdragsluitende Staat wiens wetgeving vereist dat de verlening, de bekrachtiging of het einde van een vertegenwoordigingsbevoegdheid in alle gevallen waarop dit Verdrag van toepassing is schriftelijk wordt bewezen, kan te allen tijde een verklaring afleggen overeenkomstig artikel 11, dat bepalingen van artikel 10, artikel 15 of Hoofdstuk IV die toestaan dat de verlening, de bekrachtiging of het einde van een vertegenwoordigingsbevoegdheid anders dan schriftelijk geschiedt, niet van toepassing zijn wanneer de vertegenwoordigde of de vertegenwoordiger zijn vestiging in die Staat heeft.
HOOFDSTUK V
Artikel 27
Artikel 27
Onderdeel van Verdrag inzake de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht