**1.** Elke Partij waarborgt dat de gegevens in het register zoals bedoeld in artikel 4 zowel in samengevoegde als niet-samengevoegde vorm worden aangeboden, zodat uitstoten en overbrengingen kunnen worden opgezocht en geïdentificeerd aan de hand van:
de faciliteit en haar geografische locatie;
de activiteit;
de eigenaar of exploitant, en, in voorkomende gevallen, de onderneming;
de verontreinigende stof of afvalstof, al naar gelang het geval;
elk van de milieucompartimenten waarin de verontreinigende stof vrijkomt; en
zoals in artikel 7, vijfde lid, wordt vermeld, de bestemming van de overbrenging en, waar van toepassing, de verwijdering of nuttige toepassing met betrekking tot afvalstoffen.
**2.** Elke Partij waarborgt tevens dat de gegevens kunnen worden opgezocht en geïdentificeerd aan de hand van de diffuse bronnen die in het register zijn opgenomen.
**3.** Elke Partij houdt bij het ontwerp van haar register rekening met de mogelijkheid van toekomstige uitbreiding ervan en waarborgt daarbij dat de gegevens van minimaal de tien voorgaande rapportagejaren voor het publiek toegankelijk zijn.
**4.** Het register wordt ontworpen met het oog op maximale toegankelijkheid voor het publiek via elektronische middelen, zoals internet. Het ontwerp is zodanig dat, onder normale omstandigheden, de informatie in het register voortdurend en onmiddellijk beschikbaar is via elektronische middelen.
**5.** Elke Partij moet in haar register koppelingen opnemen naar relevante, bestaande, openbare gegevensbestanden met betrekking tot onderwerpen die verband houden met milieubescherming.
**6.** Elke Partij neemt in haar register koppelingen op naar de registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen van andere Partijen bij het Protocol en, waar mogelijk, naar die van andere landen.
Artikel 5
Ontwerp en structuur
Onderdeel van Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2009