Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V › Titel

Artikel 35

Artikel 35

Onderdeel van Verdrag inzake verkeerstekens· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 8 november 2008

1. De bomen en halve bomen van overwegen dienen duidelijk te zijn aangegeven met afwisselend witte en rode, of rode en gele, of zwarte en witte, of zwarte en gele strepen. Zij kunnen echter ook helemaal wit of helemaal geel zijn mits in het midden een grote, rode schijf is aangebracht. 2. Bij alle overwegen die niet met bomen of met halve bomen zijn uitgerust, dient in de onmiddellijke nabijheid van de spoorlijn een teken A,28 te worden aangebracht, zoals beschreven in Bijlage 1, Deel A. Indien er een licht is dat voor naderende treinen waarschuwt, of een teken B,2 ,STOP’, dient het teken A,28 op dezelfde paal of op dezelfde standaard te worden aangebracht als het licht of als teken B,2. Het plaatsen van het teken A,28 is niet verplicht bij: een kruising van een weg en een spoorbaan waarover het spoorwegverkeer zich zeer langzaam voortbeweegt en waar het wegverkeer wordt geregeld door een spoorwegemployé die met de hand de noodzakelijke tekens geeft; of een kruising van een spoorbaan en een onverharde weg met zeer weinig verkeer, of een voetpad.

Rechtspraak bij dit artikel