Naar hoofdinhoud
1. De overeengekomen diensten kunnen onmiddellijk, dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij waaraan de rechten worden verleend, worden geopend, maar niet voordat De Overeenkomstsluitende Partij waaraan de rechten zijn verleend, een of meer luchtvaartmaatschappijen (hierna te noemen „aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen”) voor de omschreven routes heeft aangewezen, en De Overeenkomstsluitende Partij welke de rechten verleent de desbetreffende exploitatievergunning aan de betrokken luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen heeft afgegeven, hetgeen zij behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel en in artikel 5 zonder onnodig uitstel dient te doen. 2. Van elk der aangewezen luchtvaartmaatschappijen kan worden verlangd dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij aantoont dat zij in staat is de voorwaarden na te komen welke worden gesteld bij of krachtens de wetten en voorschriften welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel