**(1).** De Regering van elk der Beneluxlanden zal personen die onderdaan zijn van een van deze landen, die de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland voornemens zijn over te geven, zonder formaliteiten en zonder tussenkomst van haar diplomatieke vertegenwoordiging overnemen, voor zover kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat bedoelde personen onderdaan zijn van een der Beneluxlanden.
**(2).** Het bezit van de nationaliteit van een der Beneluxlanden kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt aan de hand van nationaliteitsbewijzen, naturalisatiebewijzen, paspoorten, of legitimatiebewijzen, ook indien deze ten onrechte zijn afgegeven of sedert ten hoogste tien jaar zijn verlopen.
Bedoelde nationaliteit kan eveneens op andere wijze aannemelijk worden gemaakt.
**(3).** Zulke personen worden overgenomen op vertoon van een der in lid 2 opgesomde documenten, dan wel op grond van andere bescheiden waaruit hun nationaliteit kan worden afgeleid.
**(4).** De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zal overeenkomstig de bepalingen van de leden 1 t/m 3 overgegeven personen terugnemen, indien uit een onmiddellijk na de overgave door de autoriteiten van de Beneluxlanden ingesteld nader onderzoek blijkt dat deze personen op het ogenblik van de overgave geen onderdaan waren van een van deze Staten, voor zover er voor de Regering van een der Beneluxlanden geen verplichting tot overname op grond van artikel 8 of 9 bestaat.
**(5).** Indien het in lid 2 genoemde bewijs niet kan worden geleverd of de gegevens onvoldoende zijn voor het aannemelijk maken van de nationaliteit, is het overnemen afhankelijk van een overnameverklaring.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland enerzijds en de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden anderzijds, inzake het overnemen van personen aan de grens· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1966