Naar hoofdinhoud
(1). Personen die uit het Beneluxgebied via de gemeenschappelijke grens op onwettige wijze het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland zijn binnengekomen, kunnen binnen een maand na de grensoverschrijding aan de grensautoriteiten van een der Beneluxlanden worden overgegeven en moeten door deze zonder formaliteiten worden overgenomen, indien de grensautoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland gegevens verstrekken aan de hand waarvan de grensautoriteiten van het Beneluxland kunnen vaststellen dat aan de voorwaarden tot overgave is voldaan. De overgave kan ook plaatsvinden na het verstrijken van de termijn van een maand, indien de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland de autoriteiten van een der Beneluxlanden binnen deze termijn in kennis hebben gesteld van hun voornemen tot overgave. (2). De verplichting tot overname bestaat niet ten aanzien van personen die onderdaan zijn van een Staat, waarmede de Bondsrepubliek Duitsland een gemeenschappelijke grens heeft en die aan deze Staat kunnen worden overgegeven. (3). De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland neemt personen terug, indien uit een onmiddellijk na de overgave door de autoriteiten van een der Beneluxlanden ingesteld nader onderzoek blijkt dat aan de voorwaarden tot overgave niet is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel