**1.** Indien Nederland, gelet op het bepaalde in artikel 34, lid 2, mocht overgaan tot aanwijzing van de Dordtse Kil, draagt het zorg dat in de spoorbrug over de Oude Maas bij Dordrecht een beweegbaar gedeelte aanwezig is met een doorvaartwijdte welke zo veel mogelijk beantwoord aan de in het internationaal verkeer gangbare normen betreffende beweegbare bruggen over overeenkomstige vaarwegen.
**2.** Indien België, in het geval bedoeld in het voorgaande lid, het verzoek zou kenbaar maken, dat de vrije vaarhoogte onder een vast gedeelte van de genoemde spoorbrug wordt vergroot, plegen beide Regeringen daarover overleg. Dit overleg heeft onder meer betrekking op het tijdstip en de modaliteiten van uitvoering van de aan het verzoek verbonden werken, alsmede op de verdeling van de kosten van het geheel der uit te voeren werken. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, kan elk van de Hoge Verdragsluitende Partijen aan de Arbitrale Commissie de vraag voorleggen, of de door België gewenste wijziging van de vrije vaarhoogte, mede gezien in verband met de kosten van de daarmee samenhangende werken, redelijk is. Indien de Commissie deze vraag bevestigend beantwoordt, geeft zij op verzoek van een van de Hoge Verdragsluitende Partijen eveneens een beslissing inzake alle hiermede verband houdende geschilpunten. De Commissie beslist met inachtneming van alle betrokken wederzijdse belangen.
HOOFDSTUK C
Artikel 37
Artikel 37
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 23 april 1965