Indien Nederland overgaat tot de aanleg van werken waardoor een vaarweg behorende tot de in artikel 34, eerste lid, bedoelde vaarverbinding zou ophouden vrij stromend te zijn, terwijl geen andere bestaande vaarweg welke voldoet aan de in dat lid gestelde vereisten kan worden aangewezen, draagt Nederland zorg, dat deze werken worden voorzien van een doorvaartmogelijkheid ten minste gelijk aan die van de Volkeraksluizen.
HOOFDSTUK C
Artikel 38
Artikel 38
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 23 april 1965