Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK D › Titel I

Artikel 39

Artikel 39

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 23 april 1965

1. Indien Nederland besluit tot de aanleg van een zijkanaal tussen het kanaalpand ten zuiden van het in artikel 3, eerste lid, onder e ), bedoelde sluizencomplex en de Westerschelde, kan België verzoeken, dat dit zijkanaal en zijn kunstwerken worden aangepast aan de vereisten van de duwvaart. 2. In de periode tussen de inwerkingtreding van dit Verdrag en de ingebruikstelling van de in artikel 2 bedoelde vaarweg - of zoveel langer als de Hoge Verdragsluitende Partijen nader zouden overeenkomen - kan België verzoeken, dat in aansluiting op de in de artikelen 3 en 4 bedoelde werken wordt overgegaan tot de aanleg van een voor duwvaart geschikt zijkanaal tussen het kanaalpand ten zuiden van het in artikel 3, eerste lid, onder e), bedoelde sluizencomplex en de Westerschelde, daaronder begrepen de bouw van een schutsluis alsmede de aanleg van voorhavens en bruggen. 3. Na ontvangst door Nederland van een verzoek als bedoeld in het eerste of het tweede lid, plegen beide Regeringen overleg omtrent de uit te voeren werken, alsmede omtrent het tijdstip en de modaliteiten van uitvoering. 4. Ingeval het overleg, bedoeld in het vorige lid, niet tot overeenstemming leidt, kan elk van de Hoge Verdragsluitende Partijen de geschilpunten - voorzover niet de verdeling van de kosten betreffende - voorleggen aan de Arbitrale Commissie. De Commissie beslist met inachtneming van alle bij het zijkanaal betrokken belangen. 5. Indien Nederland zulks verlangt, worden de totale kosten, verbonden aan de werken welke als gevolg van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid worden uitgevoerd, door België vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel