Naar hoofdinhoud

DEEL IX

Artikel 60

Artikel 60

Onderdeel van Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

1. Ten aanzien van de in artikel 58, letter a, bedoelde eventualiteit moet de invaliditeitsuitkering worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71, hetzij van artikel 72. 2. Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid kunnen de periodieke betalingen worden berekend overeenkomstig artikel 73 door elke Partij wier wetgeving alle ingezetenen beschermt en het recht op een invaliditeitsuitkering niet afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd. 3. Ten aanzien van de in artikel 58, letter b, bedoelde eventualiteit moet de invaliditeitsuitkering worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 72, hetzij van artikel 73. 4. Ten aanzien van de in artikel 58, letter c, bedoelde eventualiteit moeten de prestaties omvatten: toelagen voor opvoeding of aanpassing; of specifieke maatregelen om vooruitgang op school of op het werk te bevorderen, of aanvullende toelagen. 5. De in het eerste en derde lid van dit artikel bedoelde uitkering moet ten minste worden gewaarborgd: aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een tijdvak van vijftien jaar van premiebetaling, arbeid of wonen hebben vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt; of aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een tijdvak van dertig jaar van premiebetaling, arbeid of wonen hebben vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt, wanneer het tijdvak dat ligt tussen het intreden van de eventualiteit en een voorgeschreven leeftijd in aanmerking wordt genomen als een fictief tijdvak voor de berekening van de uitkering; of wanneer in beginsel alle economisch actieve personen worden beschermd, aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een tijdvak van driejaar van premiebetaling hebben vervuld en te wier naam in de loop van de actieve periode van hun leven premies zijn betaald waarvan het gemiddelde jaarlijkse aantal, het jaarlijkse aantal of het gemiddelde jaarlijks bedrag een voorgeschreven aantal bereikt. 6. Uitkeringen die in evenredigheid tot het vervulde tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen kunnen worden verminderd, moeten worden verleend aan beschermde personen die, onder voorgeschreven voorwaarden, een tijdvak hebben vervuld dat korter is dan de in het vorige lid omschreven tijdvakken. 7. Aan het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan, wanneer een uitkering, vastgesteld op een percentage van tien eenheden minder dan het percentage dat in de bij Deel XI gevoegde tabel is aangegeven, ten minste wordt gewaarborgd aan beschermde personen die, overeenkomstig voorgeschreven regels, een wachttijd van ten hoogste twaalf maanden hebben vervuld. 8. Daarenboven moet elke Partij, onder voorgeschreven voorwaarden, voorzien in een hogere of in een bijzondere uitkering voor rechthebbenden die in een toestand verkeren, welke voortdurende verzorging door een ander nodig maakt. 9. Elke Partij bepaalt in zijn nationale wetgeving de voorwaarden waaronder herziening, schorsing of intrekking van de in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel bedoelde periodieke betalingen plaatsvinden in verband met de wijzigingen die in de mate van ongeschiktheid kunnen optreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel