Naar hoofdinhoud

DEEL X

Artikel 66

Artikel 66

Onderdeel van Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

1. De uitkeringen aan nagelaten betrekkingen moeten worden verleend in de vorm van periodieke betalingen, berekend overeenkomstig de bepalingen hetzij van artikel 71, hetzij van artikel 72. 2. Niettegenstaande het bepaalde in het voorgaande lid kunnen periodieke betalingen worden berekend overeenkomstig artikel 73 door elke Partij wier wetgeving nabestaanden die ingezetenen zijn beschermt, en het recht op uitkering niet afhankelijk stelt van de vervulling van een wachttijd. 3. Wanneer de nagelaten echtgenoten evenwel niet voldoen aan de overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid van artikel 64 voorgeschreven toekenningsvoorwaarden, moet aan hen, onder voorgeschreven voorwaarden, gewenningstoelagen worden verleend, tenzij de betrokken Partij de in Deel IV vervatte verplichtingen heeft aanvaard en het bepaalde in artikel 20, derde lid, letter e, toepast. 4. Aan de nagelaten echtgenoten moeten tevens, wanneer nodig en onder voorgeschreven voorwaarden, voorzieningen worden geboden die erop gericht zijn hen te helpen een beroep te gaan uitoefenen. 5. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde uitkeringen moeten ten minste worden gewaarborgd: aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels een tijdvak van vijftien jaar van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt; indien het echter een nabestaandenuitkering betreft die wordt toegekend aan een echtgeno(o)t(e) kan de vervulling van een voorgeschreven tijdvak van wonen door laatstbedoelde voldoende worden geacht; of aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels een tijdvak van dertig jaar van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld, met inbegrip van elk tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt, wanneer het tijdvak dat ligt tussen het intreden van de eventualiteit en een voorgeschreven leeftijd in aanmerking wordt genomen als fictief tijdvak voor de berekening van de uitkering; of wanneer in beginsel de echtgenoten en kinderen van alle economisch actieve personen worden beschermd, aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels een tijdvak van drie jaar van premiebetaling, arbeid of wonen heeft vervuld, op voorwaarde dat op naam van die kostwinner in de loop van de actieve periode van diens leven premies zijn betaald waarvan het gemiddelde jaarlijkse aantal, het jaarlijkse aantal of het gemiddelde jaarlijks bedrag een voorgeschreven aantal bereikt. 6. Uitkeringen die in evenredigheid tot het vervulde tijdvak van premiebetaling, arbeid of wonen kunnen worden verminderd, moeten worden verleend aan beschermde personen wier kostwinner, onder voorgeschreven voorwaarden, een tijdvak heeftvervuld dat korter is dan de in het voorgaande lid omschreven tijdvakken. 7. Aan het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel wordt geacht te zijn voldaan, wanneer een uitkering, berekend onafhankelijk van de wachttijd maar vastgesteld op een percentage van tien eenheden minder dan het percentage dat in de bij Deel XI gevoegde tabel is aangegeven, ten minste wordt gewaarborgd aan beschermde personen wier kostwinner overeenkomstig voorgeschreven regels, een wachttijd van ten hoogste twaalf maanden heeft vervuld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel