Ieder der Verdragsluitende Partijen neemt de verplichting op zich - door het oprichten van leerstoelen, lectoraten en waar mogelijk, door het organiseren van cursussen op middelbare scholen - de studie van de taal en letterkunde van de andere Partij in haar eigen onderwijsinstellingen te bevorderen, hetzij door eigen leerkrachten, hetzij door het ontvangen van leerkrachten van de andere Partij, die hiertoe naar behoefte aangewezen worden. De gemengde Commissie, genoemd onder artikel 2, zal de wijze bepalen waarop bovengenoemde verplichting wederzijds zal worden uitgevoerd.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Cultureel Verdrag tussen Nederland en Italië· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 13 oktober 1953