Naar hoofdinhoud

Artikel IV

FONDS VOOR SPECIALE OPERATIES

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 10 januari 1977

Sectie 1. Instelling, doel en taken Er wordt een Fonds voor Speciale Operaties ingesteld voor het verstrekken van leningen op voorwaarden die zijn aangepast aan bijzondere omstandigheden die zich voordoen in bepaalde landen of ten aanzien van bepaalde projecten. Het doel en de functies van het Fonds, dat wordt beheerd door de Bank, zijn omschreven in artikel I van deze Overeenkomst. Sectie 2. Toepasselijke bepalingen Het Fonds valt onder de bepalingen van dit artikel en alle andere bepalingen van deze Overeenkomst, met uitzondering van die welke niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit artikel en die welke uitdrukkelijk van toepassing zijn op andere werkzaamheden van de Bank. Sectie 3. Middelen De oorspronkelijke leden van de Bank dragen bij aan de middelen van het Fonds in overeenstemming met de bepalingen van dit lid. Leden van de Organisatie van Amerikaanse Staten die na de in artikel XV, sectie 1 (a) vastgestelde datum lid worden van de Bank, Canada, de Bahama-eilanden en Guyana, en landen die worden toegelaten overeenkomstig artikel II, sectie 1 (b) leveren bijdragen aan het Fonds met quota's en op voorwaarden die de Bank bepaalt. De oorspronkelijke middelen waarmee het Fonds wordt ingesteld belopen een bedrag van honderdvijftig miljoen dollar ($ 150.000.000) uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959, welk bedrag wordt bijgedragen door de oorspronkelijke leden van de Bank overeenkomstig de in Bijlage B nader aangegeven quota's.1) Noot van de Secretaris—Bij resoluties van verschillende data, waarvan de laatste van kracht werd op de dag waarop deze tekst werd gewaarmerkt, heeft de Raad van Bestuur de toegestane middelen van het Fonds verhoogd tot een totaal bedrag ter waarde van 5.439.974.000 VS dollars tegen de huidige wisselkoers. Betaling van de quota's geschiedt als volgt: Ieder lid betaalt 50 procent van zijn quota op enig tijdstip op of na de datum waarop deze Overeenkomst is ondertekend en de akte van aanvaarding of bekrachtiging namens hem wordt nedergelegd in overeenstemming met artikel XV, sectie 1, doch niet later dan 30 september 1960. De resterende 50 procent wordt betaald op enig tijdstip nadat een jaar is verlopen sinds de aanvang der werkzaamheden van de Bank, in de bedragen en op de tijdstippen die de Bank bepaalt; met dien verstande echter dat het totale bedrag van alle quota's niet later dient te worden betaald dan de datum die is vastgesteld voor de betaling van de derde termijn van de inschrijvingen op het volgestorte kapitaal van de Bank. De krachtens dit lid vereiste betalingen worden verdeeld onder de leden naar verhouding van hun quota's en worden voor de helft in goud en/of VS dollars voldaan en voor de andere helft in de valuta van het bijdragende lid. Elke betaling door een lid in diens eigen valuta ingevolge de vorige sectie beloopt het bedrag dat de Bank acht gelijkwaardig te zijn aan de volledige waarde van het gedeelte van de quota dat wordt betaald, uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959. De oorspronkelijke betaling beloopt het bedrag dat het lid op grond van deze bepalingen juist acht, doch wordt aangepast op de wijze die de Bank nodig oordeelt ten einde de volledige tegenwaarde zoals bedoeld in deze sectie te vormen, en wel binnen zestig dagen na de datum waarop de betaling was verschuldigd. Tenzij anders bepaald door de Raad van Bestuur met een drie vierde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, is de verplichting van leden tot betaling van een vordering op het niet-betaalde deel van hun inschrijvingsquota's op het Fonds afhankelijk van de betaling van ten minste 90 procent van de totale verplichtingen van de leden voor: de oorspronkelijke betaling en alle voorgaande verzoeken tot storting op zodanige inschrijvingsquota's op het Fonds; en alle termijnbetalingen die zijn verschuldigd over het volgestorte deel van de inschrijvingen op het kapitaal van de Bank. De middelen van het Fonds worden verhoogd door middel van aanvullende bijdragen door de leden, wanneer de Raad van Bestuur zulks raadzaam acht met een drie vierde meerderheid van het totale aantal stemmen van de lid-landen. De bepalingen van artikel II, sectie 3 (b) zijn van toepassing op zodanige verhogingen wat betreft de verhouding tussen de voor ieder lid geldende quota en het totale bedrag van de door leden bijgedragen middelen van het Fonds. De leden zijn echter niet verplicht enig deel van een zodanige verhoging bij te dragen. In deze Overeenkomst wordt onder de term „de middelen van het Fonds” verstaan: bijdragen van leden ingevolge het bepaalde onder de letters (c) en (g) van deze sectie; alle fondsen verkregen uit leningen waarop de in artikel II, sectie 4 (a) (ii) en artikel IIA, sectie 3 (c) bepaalde verplichtingen niet van toepassing zijn, dat wil zeggen de fondsen die met name ten laste van de middelen van het Fonds komen; alle fondsen ontvangen als terugbetaling van leningen die zijn verstrekt met de hierboven vermelde middelen; alle inkomsten afkomstig van werkzaamheden waarvoor enige van de hierboven vermelde middelen werden gebruikt of belast; en alle andere ter beschikking van het Fonds staande middelen. Sectie 4. Werkzaamheden De werkzaamheden van het Fonds zijn die welke worden gefinancierd uit zijn eigen middelen zoals omschreven in sectie 3 (h) van dit artikel. Leningen die zijn verstrekt met middelen van het Fonds kunnen geheel of gedeeltelijk worden terugbetaald in de valuta van het lid op welks grondgebied het gefinancierde project zal worden uitgevoerd. Het niet in de valuta van het lid terug te betalen deel van de lening wordt betaald in de valuta of valuta's waarin de lening werd verstrekt. Sectie 5. Beperking ten aanzien van aansprakelijkheid Bij de werkzaamheden van het Fonds wordt de financiële aansprakelijkheid van de Bank beperkt tot de middelen en reserves van het Fonds en de aansprakelijkheid van leden wordt beperkt tot het niet-betaalde deel van hun onderscheiden quota's dat verschuldigd is geworden en dient te worden betaald. Sectie 6. Beperking ten aanzien van beschikking over quota's De rechten van leden van de Bank die voortvloeien uit hun bijdragen aan het Fonds kunnen niet worden overgedragen of belast, en leden hebben geen recht op teruggave van die bijdragen behalve in geval van verlies van het lidmaatschap of bij beëindiging van de werkzaamheden van het Fonds. Sectie 7. Nakoming van verplichtingen van het Fonds ten aanzien van leningen Betalingen ter voldoening van een verplichting ten aanzien van leningen van fondsen ter opneming in de middelen van het Fonds worden ten laste gebracht van: ten eerste een voor dit doel ingestelde reserve; en ten tweede andere fondsen die beschikbaar zijn in de middelen van het Fonds. Sectie 8. Beheer Behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst hebben de autoriteiten van de Bank volledige bevoegdheid het Fonds te beheren. Een Vice-President van de Bank voert het beheer over het Fonds. De Vice-President neemt zonder stemrecht deel aan de vergaderingen van de Raad van Bewindvoerders van de Bank, wanneer zaken die verband houden met het Fonds worden besproken. Ten behoeve van de werkzaamheden van het Fonds maakt de Bank zoveel mogelijk gebruik van dezelfde personeelsleden, deskundigen, installaties, kantoren, uitrusting en diensten die zij voor haar andere werkzaamheden gebruikt. De Bank publiceert een afzonderlijk jaarverslag over de resultaten van de financiële werkzaamheden van het Fonds met inbegrip van winsten of verliezen. Bij de jaarvergadering van de Raad van Bestuur wordt ten minste één zitting gewijd aan de bespreking van dit verslag. Bovendien doet de Bank haar leden een kwartaalverslag van de werkzaamheden van het Fonds toekomen. Sectie 9. Stemrecht Bij het nemen van beslissingen ten aanzien van de werkzaamheden van het Fonds heeft ieder lid-land van de Bank het aantal stemmen in de Raad van Bestuur dat hem ingevolge artikel VIII, sectie 4 (a) en (c) is toegekend, en iedere Bewindvoerder heeft het aantal stemmen in de Raad van Bewindvoerders dat hem ingevolge artikel VIII, sectie 4 (a) en (d) is toegekend. Alle besluiten van de Bank ten aanzien van de werkzaamheden van het Fonds worden genomen met een twee derde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, tenzij in dit artikel anders bepaald. Sectie 10. Verdeling van netto-winsten De Raad van Bestuur van de Bank bepaalt welk deel van de netto-winsten van het Fonds, na voorziening van de reserves, wordt uitgekeerd aan de leden. Zodanige netto-winsten worden verdeeld naar verhouding van de quota's van de leden. Sectie 11. Intrekking van bijdragen Geen enkel land kan zijn bijdrage intrekken en zijn betrekkingen met het Fonds beëindigen zolang het nog lid is van de Bank. De bepalingen van artikel IX, sectie 3 ten aanzien van de vereffening van rekeningen met landen die hun lidmaatschap van de Bank beëindigen, zijn ook van toepassing op het Fonds. Sectie 12. Opschorting en beëindiging De bepalingen van artikel X zijn ook van toepassing op het Fonds, waarbij de verwijzingen naar de Bank, haar kapitaalmiddelen en onderscheiden krediteuren worden vervangen door die welke betrekking hebben op het Fonds en zijn middelen en onderscheiden krediteuren.

Rechtspraak bij dit artikel