**Sectie 1.** Recht van opzegging
Ieder lid kan uit de Bank treden door middel van een aan het hoofdkantoor van de Bank gerichte schriftelijke kennisgeving van zijn voornemen daartoe. Een zodanige uittreding gaat definitief in op de in de kennisgeving vermelde datum, doch in geen geval eerder dan zes maanden na het tijdstip waarop de kennisgeving door de Bank is ontvangen. Het lid kan evenwel, zolang de opzegging niet definitief van kracht is geworden, de Bank, door middel van een schriftelijke kennisgeving, ervan verwittigen dat het zijn voorgenomen opzegging intrekt.
Na uittreding blijft het lid verantwoordelijk voor alle directe en voorwaardelijke verplichtingen tegenover de Bank, waaraan het was gebonden op het tijdstip waarop de kennisgeving van opzegging werd ontvangen, met inbegrip van die welke zijn vermeld in sectie 3 van dit artikel. Indien de opzegging echter definitief van kracht wordt, is het lid niet verantwoordelijk voor verplichtingen voortvloeiende uit werkzaamheden van de Bank die zijn verricht na het tijdstip waarop de kennisgeving van opzegging door de Bank werd ontvangen.
**Sectie 2.** Schorsing van leden
Indien een lid zijn verplichtingen tegenover de Bank niet nakomt, kan de Bank hem als lid schorsen bij besluit van de Raad van Bestuur met een drie vierde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, waaronder begrepen een twee derde meerderheid van het totaal aantal bestuurders welke in geval van schorsing van een regionaal lid-land een twee derde meerderheid van de bestuurders van regionale leden dient te omvatten en in geval van schorsing van een niet-regionaal lid-land een twee derde meerderheid van de bestuurders van niet-regionale leden.
Een op deze wijze geschorst lid houdt een jaar na de datum van zijn schorsing automatisch op lid te zijn van de Bank, tenzij de Raad van Bestuur met dezelfde meerderheid besluit de schorsing te beëindigen.
Zolang de schorsing duurt, is een lid niet bevoegd enig recht ingevolge deze Overeenkomst uit te oefenen, behalve het recht van opzegging, doch het blijft gebonden aan al zijn verplichtingen.
**Sectie 3.** Vereffening van rekeningen
Na het tijdstip waarop een land ophoudt lid te zijn, deelt het niet langer in de winsten of verliezen van de Bank, noch wordt het betrokken bij verplichtingen ten aanzien van leningen en garanties die daarna door de Bank worden verstrekt. Het blijft echter verantwoordelijk voor alle bedragen die het de Bank verschuldigd is en voor zijn voorwaardelijke verplichtingen jegens de Bank zolang enig deel van de leningen of garanties die door de Bank werden aangegaan voordat het ophield lid te zijn, nog uitstaat.
Wanneer een land ophoudt lid te zijn, treft de Bank maatregelen voor de terugkoop van het kapitaal van dat land als onderdeel van de vereffening der rekeningen ingevolge de bepalingen van dit lid; het land heeft echter geen andere rechten krachtens deze Overeenkomst met uitzondering van die welke zijn bepaald in deze sectie en in artikel XIII, sectie 2.
De Bank en het land dat ophoudt lid te zijn kunnen overeenstemming bereiken over de terugkoop van het kapitaal op voorwaarden die onder de omstandigheden passend worden geacht, zonder de bepalingen van letter (d) in aanmerking te nemen. Een zodanige overeenstemming kan onder andere voorzien in een definitieve regeling voor de nakoming van alle verplichtingen van het land jegens de Bank.
Indien de in de vorige sectie bedoelde overeenstemming niet is bereikt binnen zes maanden nadat het land ophoudt lid te zijn of binnen een zodanige andere termijn als de Bank en dat land overeenkomen, is de terugkoopprijs van het kapitaal van dat land de boekwaarde ervan overeenkomstig de boeken van de Bank op de datum waarop het land ophield lid te zijn. Een zodanige terugkoop geschiedt op de volgende voorwaarden:
Als eerste vereiste voor betaling dient het land dat ophoudt lid te zijn zijn aandelen-certificaten in te leveren en deze betaling dient te geschieden in de termijnen, op de tijdstippen en in de beschikbare valuta's die de Bank bepaalt, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële positie van de Bank.
Bedragen die de Bank het land verschuldigd is voor de terugkoop van zijn kapitaal worden ingehouden voor zover het land of een van zijn instanties verantwoordelijk blijft jegens de Bank als gevolg van de verstrekte leningen of garanties. Het ingehouden bedrag kan, ter keuze van de Bank, op de vervaldag voor iedere verplichting van die aard worden aangewezen. Er wordt echter geen bedrag ingehouden uit hoofde van de voorwaardelijke verplichting van het land voortspruitende uit zijn inschrijvingin gevolge artikel II, sectie 4 (a) (ii) of artikel IIA, sectie 3 (c).
Indien de Bank netto-verliezen lijdt op enige lening of deelname in een lening of als gevolg van enige garantie die uitstond op de datum waarop het land ophield lid te zijn en het bedrag van deze verliezen het bedrag der met het oog hierop gevormde reserves op die datum te boven gaat, betaalt het desbetreffende land desgevraagd het bedrag terug waarmee de terugkoopprijs van zijn aandelen verminderd zou zijn indien met de verliezen rekening zou zijn gehouden bij de vaststelling van de boekwaarde der aandelen overeenkomstig de boeken van de Bank. Bovendien blijft het gewezen lid aansprakelijk voor iedere oproep ingevolge artikel II, sectie 4 (a) (ii) of artikel IIA, sectie 3 (c) tot hetzelfde bedrag waarvoor het verplicht zou zijn op te komen indien het kapitaalverlies en de oproep zouden hebben plaatsgevonden op het ogenblik dat de terugkoopprijs van zijn aandelen werd vastgesteld.
In een geval wordt enig aan een land voor zijn aandelen krachtens deze sectie verschuldigd bedrag eerder betaald dan zes maanden na de datum waarop het land ophoudt lid te zijn. Indien de Bank binnen die termijn haar werkzaamheden beëindigt, worden alle rechten van het destreffende land vastgesteld volgens de bepalingen van artikel X en zulk een land wordt ter zake van dat artikel als een lid van de Bank beschouwd, doch heeft geen stemrecht.
Artikel IX
OPZEGGING EN SCHORSING VAN LEDEN
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 10 januari 1977