**Sectie 1.** Structuur van de Bank
De Bank heeft een Raad van Bestuur, een Raad van Bewindvoerders, een President, een Uitvoerend Vice-President, een Vice-President die het beheer voert over het Fonds en al de andere leidinggevende functionarissen en employés die noodzakelijk worden geoordeeld.
**Sectie 2.** Raad van Bestuur
Alle bevoegdheden van de Bank berusten bij de Raad van Bestuur. Ieder lid benoemt één bestuurder en een plaatsvervanger die gedurende vijf jaar de belangen behartigen van het lid dat hen heeft benoemd, behoudens beëindiging van de benoeming op enig tijdstip of herbenoeming. Een plaatsvervanger heeft geen stemrecht, behalve bij afwezigheid van zijn principaal. De Raad kiest één van de bestuurders tot voorzitter; deze bekleedt zijn functie tot de volgende gewone vergadering van de Raad.
De Raad van Bestuur kan aan de Raad van Bewindvoerders al zijn bevoegdheden overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid:
nieuwe leden toe te laten en de voorwaarden van hun toelating vast te stellen;
het gewoon maatschappelijk kapitaal en het interregionaal kapitaal van de Bank en de bijdragen aan het Fonds te verhogen of te verlagen;
de President van de Bank te verkiezen en zijn beloning vast te stellen;
een lid te schorsen ingevolge artikel IX, sectie 2;
de beloning van de Bewindvoerders en hun plaatsvervangers vast te stellen;
te horen en te beslissen omtrent beroepen die zijn ingesteld naar aanleiding van uitleggingen van deze Overeenkomst afkomstig van de Raad van Bewindvoerders;
machtiging te verlenen tot het aangaan van overeenkomsten van algemene aard tot samenwerking met andere internationale organisaties;
de balansen en de winst- en verliesrekeningen van de instelling goed te keuren na kennisneming van de rapporten der accountants;
de reserves en de verdeling van de netto-winsten van de gewone kapitaalmiddelen en van de interregionale kapitaalmiddelen en van het Fonds vast te stellen;
externe accountants aan te stellen ter controlering van de balansen en de winst- en verliesrekeningen van de instelling;
deze Overeenkomst te wijzigen; en
te besluiten de werkzaamheden van de Bank te beëindigen en haar activa te verdelen.
De Raad van Bestuur behoudt de volledige bevoegdheid gezag uit te oefenen over aangelegenheden die ingevolge het bepaalde onder letter (b) hierboven zijn overgedragen aan de Raad van Bewindvoerders.
De Raad van Bestuur houdt als regel een jaarvergadering. Andere vergaderingen kunnen worden gehouden wanneer de Raad van Bestuur zulks nodig acht of wanneer deze door de Raad van Bewindvoerders worden bijeengeroepen. Vergaderingen van de Raad van Bestuur worden eveneens door de Raad van Bewindvoerders bijeengeroepen, wanneer daarom door vijf leden van de Bank of door leden die een vierde van het totaal aantal stemmen van de lid-landen hebben, wordt verzocht.
Een quorum voor iedere vergadering van de Raad van Bestuur wordt gevormd door een absolute meerderheid van het totaal aantal bestuurders, met inbegrip van een absolute meerderheid van de bestuurders van regionale leden die ten minste twee derde van het totaal aantal stemmen van de lid-landen vertegenwoordigen.
De Raad van Bestuur kan een procedure vaststellen waarbij de Raad van Bewindvoerders wanneer hij zulks passend acht, een bepaalde kwestie ter stemming aan de bestuurders kan voorleggen zonder een vergadering van de Raad van Bestuur bijeen te roepen.
De Raad van Bestuur en voor zover hij daartoe is gemachtigd, de Raad van Bewindvoerders, kunnen de regels en voorschriften goedkeuren die nodig of dienstig kunnen zijn voor de uitoefening door de Bank van haar werkzaamheden.
Bestuurders en plaatsvervangers bekleden hun functies zonder beloning van de Bank, doch de Bank mag hun een redelijke vergoeding geven voor de kosten gemaakt in verband met het bijwonen der vergaderingen van de Raad van Bestuur.
**Sectie 3.** Raad van Bewindvoerders
De Raad van Bewindvoerders is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden van de Bank en mag daartoe alle bevoegdheden uitoefenen die door de Raad van Bestuur aan hem zijn overgedragen.
Bewindvoerders dienen personen te zijn die een erkende bekwaamheid en ruime ervaring bezitten in economische en financiële zaken, maar mogen niet tevens bestuurders zijn.
Eén Bewindvoerder wordt benoemd door het lid-land die het grootste aantal aandelen in de Bank bezit, twee Bewindvoerders worden gekozen door de bestuurders der niet-regionale lid-landen, en ten minste acht anderen worden gekozen door de bestuurders van de resterende lid-landen. Het aantal in de laatste categorie te verkiezen Bewindvoerders en de verkiezingsprocedure voor alle verkiesbare Bewindvoerders wordt bepaald in regels die zijn vastgesteld door de Raad van Bestuur met een drie vierde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, waaronder begrepen, ten aanzien van de bepalingen die uitsluitend betrekking hebben op de verkiezing van Bewindvoerders door niet-regionale lid-landen, een twee derde meerderheid van de bestuurders der niet-regionale leden, en, ten aanzien van de bepalingen die uitsluitend betrekking hebben op het aantal en de verkiezing van Bewindvoerders door de resterende lid-landen, met een twee derde meerderheid van de bestuurders der regionale leden. Voor de goedkeuring van enige wijziging in de bovenvermelde regels is dezelfde meerderheid van stemmen vereist.
Bewindvoerders worden benoemd of gekozen voor ambtsperioden van drie jaar en kunnen voor opeenvolgende ambtsperioden worden herbenoemd of herkozen.
Iedere Bewindvoerder wijst een plaatsvervanger aan met volledige bevoegdheid voor hem op te treden, wanneer hij niet aanwezig is. De Bewindvoerders en hun plaatsvervangers dienen onderdanen van de lid-landen te zijn. Geen van de gekozen Bewindvoerders en hun plaatsvervangers mag dezelfde nationaliteit hebben, met uitzondering van landen die geen leningnemers zijn. Plaatsvervangers mogen deelnemen aan vergaderingen, doch mogen alleen hun stem uitbrengen wanneer zij optreden in de plaats van hun principalen.
Bewindvoerders blijven hun functie uitoefenen totdat hun opvolgers zijn benoemd of gekozen. Indien de functie van een gekozen Bewindvoerder meer dan 180 dagen voor het einde van zijn ambtsperiode openvalt, wordt door de bestuurders die de vorige Bewindvoerder hebben gekozen een opvolger gekozen voor het resterende deel van de ambtsperiode. Voor deze verkiezing is een absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig. Zolang de functie onvervuld blijft, oefent de plaatsvervanger alle bevoegdheden van de vorige bewindvoerder uit, behalve de bevoegdheid een plaatsvervanger aan te wijzen.
De Raad van Bewindvoerders oefent bij voortduring op het hoofdkantoor van de Bank zijn functie uit en vergadert zo vaak als de werkzaamheden van de Bank dit vereisen.
Een quorum voor iedere vergadering van de Raad van Bewindvoerders wordt gevormd door een absolute meerderheid van het totaal aantal Bewindvoerders waaronder begrepen een absolute meerderheid van de Bewindvoerders der regionale leden, die ten minste twee derde van het totaal aantal stemmen van de lid-landen vertegenwoordigen.
Een lid van de Bank kan een vertegenwoordiger zenden naar iedere vergadering van de Raad van Bewindvoerders wanneer wordt beraadslaagd over een vraagstuk waarbij dat lid ten nauwste is betrokken. De Raad van Bestuur stelt regels vast voor dit recht van vertegenwoordiging.
De Raad van Bewindvoerders kan de commissies benoemen die hij raadzaam acht. Het lidmaatschap van die commissies behoeft niet te worden beperkt tot bestuurders, Bewindvoerders of plaatsvervangers.
De Raad van Bewindvoerders stelt de hoofdlijnen voor de organisatie van de Bank vast, waaronder begrepen het aantal en de algemene verantwoordelijkheden van de belangrijkste administratieve en door deskundigen te bekleden functies der stafleden en keurt de begroting van de Bank goed.
**Sectie 4.** Stemrecht
Ieder lid-land heeft 135 stemmen plus één stem voor ieder aandeel van het gewone kapitaal en voor ieder aandeel van het interregionale kapitaal van de Bank dat dat land in zijn bezit heeft, met dien verstande echter dat in verband met enige verhoging van het gewoon of het interregionaal maatschappelijk kapitaal, de Raad van Bestuur kan bepalen dat het zodanig verhoogde aandelenkapitaal geen stemrechten inhoudt en niet onderworpen is aan de in artikel II, sectie 3(b) vastgelegde voorkeursrechten.
Een verhoging van de inschrijving van een lid op hetzij het gewone kapitaal hetzij het interregionale kapitaal wordt niet van kracht en het recht om daarop in te schrijven wordt hierbij ter zijde gesteld, wanneer deze verhoging een vermindering tot gevolg zou hebben van het aantal stemmen (i) van de regionale ontwïkkelingsleden tot minder dan 53,5 procent van het totaal aantal stemmen van de lid-landen; (ii) van het lid dat het grootste aantal aandelen bezit tot minder dan 34,5 procent van een zodanig totaal aantal stemmen; of (iii) van Canada tot minder dan 4 procent van een zodanig totaal aantal stemmen.
Bij stemming in de Raad van Bestuur is iedere bestuurder gerechtigd de stemmen uit te brengen van het lid-land dat hij vertegenwoordigt. Voor zover in deze Overeenkomst niet uitdrukkelijk anders is bepaald, worden alle besluiten van de Raad van Bestuur met een meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen genomen.
Bij stemming in de Raad van Bewindvoerders:
is de benoemde Bewindvoerder gerechtigd het aantal stemmen uit te brengen van het lid-land dat hem benoemde;
is iedere gekozen Bewindvoerder gerechtigd het aantal stemmen uit te brengen dat hij bij zijn verkiezing op zich heeft verenigd, welke stemmen als een eenheid worden uitgebracht; en
voor zover in deze Overeenkomst niet uitdrukkelijk anders is bepaald, worden alle besluiten van de Raad van Bewindvoerders met een meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen genomen.
**Sectie 5.** President, Uitvoerend Vice-President en stafleden
De Raad van Bestuur kiest met een meerderheid van het totaal antal stemmen van de lid-landen, waaronder begrepen een absolute meerderheid van de bestuurders der regionale leden, een President van de Bank die, tijdens het bekleden van zijn functie, geen bestuurder noch Bewindvoerder noch plaatsvervanger van een van beiden mag zijn.
Volgens de aanwijzingen van de Raad van Bewindvoerders leidt de President van de Bank de lopende zaken van de Bank en hij is het hoofd van de staf. Tevens is hij voorzitter bij vergaderingen van de Raad van Bewindvoerders maar heeft, behoudens een beslissende stem in geval van staking der stemmen, geen stemrecht.
De President van de Bank is de vertegenwoordiger van de Bank in rechten. De ambtstermijn van de President van de Bank is vijf jaar en hij kan worden herkozen voor opeenvolgende ambtstermijnen. Hij treedt af wanneer de Raad van Bestuur zulks beslist met een meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, waaronder begrepen een meerderheid van het totaal aantal stemmen van de regionale lid-landen.
De Uitvoerend Vice-President wordt benoemd door de Raad van Bewindvoerders op aanbeveling van de President van de Bank. Volgens de aanwijzingen van de Raad van Bewindvoerders en de President van de Bank oefent de Uitvoerend Vice-President de bevoegdheid en de taken bij het besturen van de Bank uit die zijn bepaald door de Raad van Bewindvoerders. Bij afwezigheid of onvermogen van de President van de Bank oefent de Uitvoerend Vice-President de bevoegdheden van de President uit en vervult hij diens taak.
De Uitvoerend Vice-President neemt deel aan de vergaderingen van de Raad van Bewindvoerders maar heeft op die vergaderingen geen stemrecht, zij het dan dat hij, zoals bepaald onder letter (a) van deze sectie, een beslissende stem uitbrengt wanneer hij optreedt in de plaats van de President van de Bank.
Naast de in artikel IV, sectie 8(b) bedoelde Vice-President, kan de Raad van Bewindvoerders op aanbeveling van de President van de Bank andere Vice-Presidenten benoemen die de bevoegdheden uitoefenen en de functies vervullen die de Raad van Bewindvoerders kan bepalen.
De President, het leidinggevend personeel en het andere personeel van de Bank staan bij het uitoefenen van hun functies geheel in dienst van de Bank en erkennen geen enkele andere autoriteit. Ieder lid van de Bank eerbiedigt het internationale karakter van deze dienstbetrekking.
De belangrijkste overweging bij de tewerkstelling van het personeel en bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden is de noodzaak een zo hoog mogelijk peil van doelmatigheid, bekwaamheid en integriteit te waarborgen. Tevens dient de nodige aandacht te worden geschonken aan het belang van het aantrekken van personeel op een zo breed mogelijke geografische basis, waarbij het regionale karakter van de Bank in aanmerking dient te worden genomen.
De Bank, haar leidinggevend personeel en ander personeel dienen zich niet in de politieke aangelegenheden van een lid te mengen, noch zich bij hun beslissingen door het politieke karakter van het betrokken lid of de betrokken leden te laten beïnvloeden. Bij het nemen van hun beslissingen mogen zij zich uitsluitend door economische overwegingen laten leiden en deze overwegingen worden onpartijdig tegen elkaar afgewogen ten einde het doel en de taken zoals omschreven in artikel I te verwezenlijken.
**Sectie 6.** Openbaarmaking van verslagen en verschaffing van informatie
De Bank publiceert een jaarverslag, bevattende een afzonderlijke door accountants gecertificeerde balans en winst- en verliesrekening van de gewone kapitaalmiddelen en van de interregionale kapitaalmiddelen. Zij doet haar leden voorts ieder kwartaal beknopte overzichten van de financiële positie toekomen, alsmede opgaven van winst en verlies waarin de resultaten van haar gewone werkzaamheden en die van haar werkzaamheden met betrekking tot de interregionale middelen afzonderlijk worden vermeld.
De Bank kan ook andere verslagen publiceren die zij voor de vervulling van haar doel en functies wenselijk acht.
Artikel VIII
ORGANISATIE EN BESTUUR
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 10 januari 1977