Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 25 juni 1966

De staten die partij zijn bij dit Verdrag nemen voorts de verplichting op zich nationaal een beleid te ontwerpen, te ontwikkelen en toe te passen, dat, door middel van aan de omstandigheden en het nationale gebruik aangepaste methoden, er toe zal bijdragen gelijke kansen en gelijke behandeling op het gebied van het onderwijs te bevorderen, en zij nemen in het bijzonder de verplichting op zich: Het lager onderwijs gratis te verschaffen en verplicht te stellen; de verschillende vormen van het middelbare onderwijs algemeen ter beschikking te stellen en voor een ieder toegankelijk te maken; het hoger onderwijs voor iedereen gelijkelijk toegankelijk te maken op basis van individuele capaciteiten; ervoor zorg te dragen dat een ieder zich aan de door de wet voorgeschreven verplichting tot het bezoeken van de school houdt; Ervoor zorg te dragen dat in alle openbare onderwijsinstellingen van hetzelfde niveau de onderwijsnormen gelijk zijn en dat de voorwaarden ten aanzien van het gehalte van het gegeven onderwijs eveneens gelijk zijn; Door daarvoor in aanmerking komende methoden het onderwijs aan personen die geen lager onderwijs hebben genoten of die de lagere school niet geheel hebben doorlopen te bevorderen en te intensiveren en zulke personen in staat te stellen hun onderwijs op basis van individuele capaciteiten voort te zetten; Zonder discriminatie opleidingsrnogelijkheden te verschaffen voor het beroep van onderwijzer.

Rechtspraak bij dit artikel