**1.** Indien, nadat de maatregelen bedoeld in de artikelen 3 en 4 zijn genomen, inwoners van andere staten de visvangst op dezelfde visstapel of visstapels of op andere in zee levende organismen in een bepaald gebied of bepaalde gebieden van de volle zee gaan uitoefenen, zullen de andere staten deze zelfde maatregelen, welke noch formeel noch in feite discriminerend mogen zijn, op hun eigen onderdanen toepassen op een tijdstip niet later dan zeven maanden na de datum waarop de Directeur-Generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie der Verenigde Naties van deze maatregelen in kennis is gesteld. De Directeur-Generaal zal iedere staat die dit verzoekt en in ieder geval iedere staat die door de staat welke de maatregel oorspronkelijk heeft genomen, is genoemd, van deze maatregelen in kennis stellen.
**2.** Indien deze andere staten de aldus genomen maatregelen niet aanvaarden en indien binnen twaalf maanden geen overeenstemming kan worden bereikt, kan elk der belanghebbende partijen overgaan tot de procedure bedoeld in artikel 9. Met inachtneming van het in lid 2 van artikel 10 bepaalde zullen de genomen maatregelen van kracht blijven zolang de bijzondere commissie nog geen beslissing heeft genomen.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966