**1.** Een kuststaat heeft een bijzonder belang bij de instandhouding van de produktiviteit van de levende rijkdommen in dat gebied van de volle zee, dat aan zijn eigen territoriale zee grenst.
**2.** Een kuststaat is gerechtigd op voet van gelijkheid deel te nemen aan elke vorm van onderzoek en van regeling ter bevordering van de bedoelde instandhouding in dat gebied, ook al wordt de visserij ter plaatse niet door zijn onderdanen uitgeoefend.
**3.** Een staat waarvan de onderdanen de visserij uitoefenen in een bepaald deel van de volle zee dat grenst aan de territoriale zee van een kuststaat, zal, op verzoek van die kuststaat, daarmede in onderhandeling treden ten einde in onderling overleg de maatregelen te nemen nodig voor de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee in dat gebied.
**4.** Een staat waarvan de onderdanen de visserij uitoefenen in een bepaald deel van de volle zee dat grenst aan de territoriale zee van een kuststaat, zal in dat gebied geen maatregelen tot instandhouding dwingend voorschrijven, welke in strijd zijn met de maatregelen die de kuststaat heeft genomen, doch kan met de kuststaat in onderhandeling treden ten einde, in onderling overleg, de maatregelen te nemen nodig voor de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee in dat gebied.
**5.** Indien de betrokken staten niet binnen twaalf maanden tot overeenstemming komen over de maatregelen tot instandhouding, kan elk der partijen overgaan tot de procedure bedoeld in artikel 9.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 maart 1966