**1.** Het werkelijke bedrag van de in verband met de verstrekkingen in natura gedane uitgaven, dat met toepassing van het bepaalde in artikel 5 van het Verdrag wordt vergoed door de bevoegde organen aan de organen, die de verstrekkingen hebben verleend, is het bedrag, dat blijkt uit de boekhouding van de belanghebbende organen.
**2.** Indien de in het vorige lid bedoelde uitgaven niet uit de boekhouding van het orgaan blijken en geen overeenkomst is gesloten overeenkomstig de bepalingen van het vierde lid van dit artikel, worden de genoemde uitgaven vastgesteld in de vorm van vaste bedragen. In de gevallen, waarin tot vaste bedragen wordt overgegaan, worden deze vastgesteld enerzijds naar het aantal geneeskundige verrichtingen, gevallen van ziekte of moederschap, dagen van arbeidsongeschiktheid of verpleging in een ziekenhuis of van enige andere geschikte eenheid, en anderzijds naar de aan de beschikbare gegevens ontleende gemiddelde kosten. De verbindingsorganen van de belanghebbende Verdragsluitende Partijen beoordelen de grondslagen, die voor de berekening van de vaste bedragen dienen en stellen in gemeenschappelijk overleg de te vergoeden bedragen vast.
**3.** Voor de vergoeding kunnen geen hogere tarieven in rekening worden gebracht dan die, welke gelden voor de verstrekkingen in natura, verleend aan arbeiders, die vallen onder de wettelijke regeling, welke wordt toegepast door het orgaan, dat de verstrekkingen in natura heeft verleend overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 3 en 4 van het Verdrag.
**4.** De bevoegde autoriteiten van twee of meer Verdragsluitende Partijen kunnen in gemeenschappelijk overleg andere modaliteiten van waardering van de te vergoeden bedragen vaststellen of overeenkomen, dat geen enkele vergoeding zal plaatsvinden tussen de organen van hun onderscheiden landen.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1960