**1.** De in artikel 5 van het Verdrag bedoelde vergoedingen worden, voor zover zij betrekking hebben op de gezamenlijke kosten, welke op de organen van elke Verdragsluitende Partij drukken, door bemiddeling van de betrokken verbindingsorganen verstrekt
voor elk kalenderkwartaal, wanneer zij zijn vastgesteld op basis van de uitgaven aan uitkeringen, zoals die blijken uit de boekhouding van de organen, in de loop van het volgende kwartaal, of
voor elk kalenderjaar, wanneer zij zijn vastgesteld op basis van vaste bedragen; in dat geval storten de bevoegde organen op de eerste dag van elk kalenderhalfjaar voorschotten overeenkomstig de door de betrokken verbindingsorganen in gemeenschappelijk overleg vastgestelde modaliteiten.
**2.** De bevoegde autoriteiten van twee of meer Verdragsluitende Partijen kunnen in gemeenschappelijk overleg andere termijnen voor de vergoeding of andere modaliteiten voor de voorschotten vaststellen.
**3.** Met betrekking tot de door het orgaan van de verblijfplaats op verzoek en voor rekening van het bevoegde orgaan met toepassing van de tweede volzin van artikel 3, lid 5, van het Verdrag verstrekte uitkeringen in geld worden de vergoedingen verstrekt door bemiddeling van de verbindingsorganen, binnen drie maanden na het einde van het verlenen van de uitkeringen. Het bepaalde in lid 2 van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1960