**1.** In het geval, bedoeld in artikel 4, lid 1, van het Verdrag, gelden voor de aangifte van het arbeidsongeval of de beroepsziekte de bepalingen van het land, waar het ongeval of de ziekte zich heeft voorgedaan. Het voorlopig onderzoek van bedoelde aangifte wordt verricht ingevolge de wetgeving van dat land.
**2.** De in het vorige lid bedoelde aangifte moet worden ingediend bij het orgaan van de verblijfplaats; het zendt deze door aan het voor de verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten bevoegde orgaan en verschaft, op verzoek van dit laatste orgaan, alle nadere inlichtingen omtrent de omstandigheden, waaronder het ongeval of de ziekte zich heeft voorgedaan.
**3.** Wanneer het bevoegde orgaan van oordeel is, dat de wettelijke regeling inzake arbeidsongevallen of beroepsziekten niet van toepassing is, stelt dit het orgaan van de verblijfplaats, dat de verstrekkingen in natura heeft verleend, hiervan onmiddellijk in kennis. In dit geval worden de door dit orgaan verleende verstrekkingen beschouwd als uitkeringen krachtens de ziekteverzekering.
**4.** Wanneer naar aanleiding van dit oordeel een definitieve beslissing is genomen, stelt het bevoegde orgaan het orgaan van de verblijfplaats hiervan onmiddellijk in kennis. Dit orgaan zet de betaling van uitkeringen krachtens de ziekteverzekering voort, indien het volgens de genomen beslissing geen arbeidsongeval of beroepsziekte betreft. In het tegenovergestelde geval worden de door de arbeider krachtens de ziekteverzekering ontvangen uitkeringen beschouwd als uitkeringen van de verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1960