Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1960

1. Wanneer de arbeider een van de bewijzen, bedoeld in artikel 3 van dit Akkoord, heeft overgelegd, wordt hij geacht de voorwaarden voor de opening van het recht op uitkeringen te vervullen en moet het orgaan van de verblijfplaats de onmiddellijk noodzakelijke verstrekkingen in natura verlenen. Als zodanig worden beschouwd het eerste geneeskundig onderzoek van de arbeider en alle verstrekkingen in natura, waarvan de geneeskundige verklaart, dat zij onmiddellijk noodzakelijk zijn. 2. Het orgaan van de verblijfplaats geeft het bevoegde orgaan kennis van de aanvraag van de arbeider, binnen een termijn van drie dagen na de dag, waarop het hiervan kennis heeft genomen, en geeft daarbij aan door wie en op welke datum het overgelegde bewijs is afgegeven, alsmede, indien mogelijk, de aanvang van het verlenen der verstrekkingen in natura. Het staakt of weigert, al naar gelang het geval, en indien mogelijk onmiddellijk, het verlenen van genoemde uitkeringen, indien het bevoegde orgaan hem bericht dat de arbeider er geen recht op heeft. 3. In geval van opname in een ziekenhuis geeft het orgaan van de verblijfplaats binnen een termijn van drie dagen na de dag, waarop het hiervan kennis heeft gekregen, aan het bevoegde orgaan bericht inzake de datum van opname in het ziekenhuis of een andere geneeskundige inrichting, alsmede inzake de vermoedelijke duur van de opname; bij het vertrek uit het ziekenhuis of de geneeskundige inrichting stelt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan binnen dezelfde termijn in kennis van de datum van vertrek. 4. De verstrekkingen, bedoeld in artikel 3, lid 4, van het Verdrag, behelzen alle prothesen, alle kunstmiddelen van grotere omvang en alle belangrijke verstrekkingen in natura, met uitzondering van die, waarvan het verlenen niet kan worden uitgesteld zonder het leven of de gezondheid van de arbeider in gevaar te brengen. In het laatste geval stelt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan onmiddellijk in kennis van het toekennen van genoemde verstrekkingen. Deze kennisgeving, alsmede de normaal voor de toekenning van die verstrekkingen vereiste vergunning, moet vergezeld gaan van een gedetailleerde uiteenzetting van de redenen, die het toekennen rechtvaardigen en moeten een schatting bevatten van de vermoedelijke kosten. 5. Na beëindiging van het verlenen van de verstrekkingen in natura door het orgaan van de verblijfplaats zendt dit, in voorkomend geval, de geneeskundige verklaringen en alle andere gegevens aan het bevoegde orgaan. In geval van een ongeval moet de verklaring een gedetailleerde beschrijving bevatten van de toestand van de getroffene, met name van de staat van herstel of genezing van het letsel en van de aanwijzingen betreffende de vermoedelijke gevolgen van het ongeval.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel