**1.** Restitutie volgens artikel 1 van dit Hoofdstuk kan slechts aan de Bondsregering worden verzocht door de Regering van de Staat uit welks grondgebied de goederen werden weggevoerd. De Bondsregering kan een verzoek om restitutie verwerpen indien zulk een verzoek reeds als niet gegrond door de bevoegde instantie van een der Drie Mogendheden is afgewezen, uitgezonderd in gevallen waar bewijsmateriaal wordt aangevoerd dat voordien niet kon worden voorgelegd.
**2.** Restitutie van juwelen, zilverwerk of antieke meubelen kan slechts dan aan de Bondsregering worden verzocht indien een daartoe strekkend verzoek is ingediend bij een instantie van een der Drie Mogendheden vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag. Waar het culturele goederen betreft, kan geen nieuw verzoek worden ingediend na 8 Mei 1956. Indien in een bepaald geval de naspeuringen van het in artikel 1 van dit Hoofdstuk bedoelde Duitse bureau met betrekking tot opgeëiste goederen zonder succes zijn gebleven of indien zij op 8 Mei 1957 nog niet hebben geleid tot het ontdekken van de opgeëiste goederen en indien verdere naspeuringen hoogstwaarschijnlijk geen succes zullen opleveren staakt het bureau zijn bemoeiingen. Tegen een dergelijke beslissing kan door de betrokken partij krachtens artikel 7 beroep worden aangetekend bij de Scheidsrechterlijke Commissie voor goederen, rechten en belangen in de Bondsrepubliek Duitsland. Indien, nadat de naspeuringen gestaakt zijn, de opgeëiste goederen worden geïdentificeerd, kan de zaak wederom in behandeling worden genomen.
**3.** Bij een instantie van een der Drie Mogendheden ingediende eisen tot restitutie welke vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag niet geheel zijn afgehandeld en welke vallen binnen de bepalingen van artikel 1 van dit Hoofdstuk en van dit artikel, worden door de betrokken Mogendheid verwezen naar het in artikel 1 bedoelde Duitse bureau. Het Duitse bureau behandelt deze eisen alsof zij door de eisende Regering rechtstreeks bij dit bureau waren ingediend.
**4.** Voorlegging van een eis tot restitutie krachtens artikel 1 van dit Hoofdstuk ten behoeve van enige persoon of rechtspersoon sluit voorlegging krachtens artikel 3 uit; op dezelfde wijze sluit een krachtens artikel 3 ondernomen actie tot restitutie een eis tot restitutie krachtens artikel 1 uit.